Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 10 - 69. Lucebert: Ik kom in het vrouwelijk schip...

woensdag 10 maart 2021

ik kom in het vrouwelijk schip
onder oudgrijze wolken in je
aan een schaduw gekluisterde kamer
vaar groei ik ontplooi
als een opbruisende schaduw bloeiend
naaktlopend de nacht toe en
tussen knielende stoelen
daar staat de tafel
van je zwarte bloedbevriezende hand
daarop plaats ik mijn valies
vol vuile broodmessen en eetlepels en lees
vluchtig je brief (veel weet ik)
gehaast eet ik mijn laatste maaltijd

2021







Het achterplat:
Begin jaren vijftig woonde Lucebert in bij zijn vriend en mede-Vijftiger Bert Schierbeek en diens vrouw Frieda Koch. In de woning aan de Amsterdamse Van Eeghenlaan raakte Lucebert in de ban van Frieda. Er ontstond een ingewikkelde driehoeksverhouding en Schierbeek besloot zijn eigen huis te verlaten, Frieda en Lucebert achterlatend. Begin 1952 vond Frieda een nieuwe liefde. Toen die bij haar introk, moest de zevenentwintigjarige Lucebert halsoverkop verhuizen, waarbij hij veel dicht- en tekenwerk achterliet. Dat werk raakte in de vergetelheid en is pas nu herontdekt. 

vaarwel. achtergelaten gedichten bevat gedichten die Lucebert tussen 1949 en 1952 schreef en toont de jonge dichter van zijn meest lyrische, verliefde en verlangende kant. Ook is er de speelse maar bloedernstige taalbarok die naar de hemel reikt én langs de afgrond scheert. Puntgaaf als de gedichten zijn passen ze prachtig in Luceberts vroege oeuvre. Deze uitgave, verrijkt met tekeningen uit dezelfde periode en een verhelderend nawoord van bezorger Graa Boomsma,, is een grote literaire gebeurtenis.

Lucebert (pseudoniem van Bertus Swaanswijk, 1924-1994) wordt beschouwd als een van de grootste Nederlandstalige dichters van de twintigste eeuw. Over zijn veelbewogen leven verscheen in 2018 de meeslepende en onthullende biografie Lucebert, geschreven door Wim Hazeu.


Begin 1952 vond Frieda een nieuwe liefde. Toen die bij haar introk, moest de zevenentwintigjarige Lucebert halsoverkop verhuizen, staat er. Het gedicht van vandaag lijkt aan die intense gebeurtenis te refereren.

Wordt morgen vervolgd!

Archief 2021