Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 9 - 62. Ingmar Heytze: Schaduwen

woensdag 03 maart 2021

Wat moet er van ons overblijven – wat van onze dagen, 
nachten, alle malen dat we samen ademhalen en de plannen 

die we maken. Wie kijkt er later om naar de papieren
die we nauwgezet bewaren om bestaan, bezit en plaatsen 

op de eerste rij mee te bewijzen. Bij jou vergeet ik bijna 
dat we samen maar één leven krijgen, dat we evengoed 

op weg zijn naar ons onbestaan, voorgoed verloren
in de donkere archiefkast van de aarde. Dit is het bericht 

dat ik achterlaat in een huizenhoge kluis, brandvrij, een
boodschap die verder komt dan wij – deze datum, 

onze namen in de kerfstok van de tijd. Wie dit leest 
moet weten dat we samen en gelukkig waren.

2012







Het slot van de inleiding van De honderd van Heytze

Als jonge dichter ging ik uit van het principe van growing up in public: elk optreden was een try-out van mijn tien nieuwste gedichten, die ik er liefst achter elkaar doorheen joeg. Het idee dat je een gedicht dat goed valt misschien wel vaker zou kunnen voorlezen, kwam me belachelijk voor – ik was geen cabaretier of acteur die avond aan avond hetzelfde vertelt. Wie naar een dichter komt kijken moet openstaan voor het onbekende, anders kun je net zo goed thuisblijven en de bundel nog eens lezen.
Dertig jaar later denk ik: waarom zou je mensen vermoeien met iets anders dan je beste werk? Hoe langer en vaker ik optreed, hoe meer ik moet toegeven dat er gedichten zijn die ik altijd graag doe, en beter voordraag dan de rest. Ik heb een stuk of zevenhonderd gedichten gepubliceerd in eigen bundels en nog wel wat meer in tijdschriften en andere media. Ieder voor zich kunnen ze precies passen bij een specifieke situatie (‘het was wat de wedstrijd nodig had’), maar daarvan zijn er ongeveer honderd die bijna altijd werken. Het blijken de gedichten te zijn waarbij in de loop van de optredens een inleidend verhaal is ontstaan, vanuit de behoefte aan zaalcontact of het resetten van de aandacht.
De leukste geïmproviseerde inleidingen begonnen een eigen leven te leiden naast de onveranderlijke gedichten, maar ze bestonden alleen in mijn hoofd. Toen op 12 maart 2020 mijn optreedagenda werd leeggeveegd door de coronacrisis, fluisterde een stem in mijn achterhoofd: ‘Schrijf ze op nu je er eindelijk eens tijd voor hebt.’ Dat heb ik toen maar gedaan.


Bij Schaduwen, het bovenstaande gedicht, vertelt Heytze, dat hij het gedicht in opdracht schreef. Het was bedoeld voor een muur van het depot van het Utrechts Archief. Maar: de opdrachtgever vond het te somber voor een gedicht om te vieren dat dat depot na jaren verbouwing weer openging en toegankelijker was dan ooit. Heytze:
Dat begreep ik wel, maar als een gedicht in mijn ogen gelukt is, krijg ik het niet zomaar meer omgebouwd. Een nieuw gedicht in hetzelfde stramien lukt in zo’n geval meestal wél, al was iedereen het erover eens dat het eerste beter gelukt is, juist door het hogere soortelijk gewicht ervan. En zo hield ik aan één opdracht een gedicht over dat ik niet had willen missen in mijn oeuvre, en een gedicht dat alweer jaren in de studiezaal aan de muur hangt – tot de tijd het uitwist met verfrollers of sloophamers.






Dat gedicht is het volgde:

Kraamkamer

Kom binnen. Hier werd geen woord vergeten.
Je weet niet half wat in mij leeft. Ik las de brieven

die de jonker aan de oma van je oma schreef,
bewaarde traktaten en testamenten. Ik weet wie

ooit geboren werd uit wie, zag glasnegatieven
van families die onder je handen verder leven,

bestekken voor kerken en paleizen, zaailingen 
voor reusachtige bomen – een wereld die draaide

in jonger licht. Achter mijn vensters loopt het spoor
terug naar wat was voordat jij begon te bestaan.

Kijk zelf maar. Je bent zoveel jonger dan je dacht.
Dit archief is de kraamkamer van je verleden.


Slechts één voorbeeld uit deze prachtige bloemlezing met Heytzes beste gedichten, zelf gekozen en toegelicht.  

Archief 2021