Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 8 - 57. Anne Broeksma: Déjà vu

vrijdag 26 februari 2021

aan de rand van oerwoudbergen
bij een stam in het noorden van Cambodja
waar men een uitgestorven taal spreekt
en onderhandelt met geesten
kwam ik mijn jeugd weer tegen

er was een bruiloft bezig, al enkele dagen
koelboxen waaruit blikken kwamen
vaders met luide adviezen
die wild in hun tuinstoelen draaiden
het nageslacht al voor de rituelen ontsnapt
met blikjes en munten
verwikkeld in toernooien
even dansend rond de tafels als er eten was

de volgende ochtend werd ik wakker in een hangmat
onder een huis op palen
de vazen rijstwijn kloppend tussen de slapen
cicaden die de zon aanhaalden
en ik zag de vrouwen boven houtvuren hangen
roerend in reusachtige pannen
precies zoals de avond begonnen was

2021


Van het achterplat van Vesper, de tweede bundel van Anne Broeksma (Almelo, 1987):
In Vesper ontsnapt de dichter uit een omgeving van baksteen, gedreven door een gevoel van gemis. In onderaardse gangen, lawaaiige Nederlandse bossen en verre oerwouden wordt onze relatie met de levende wereld onderzocht. Waar komen wij vandaan? En brengt taal ons daarnaartoe of niet? Het resultaat is een zoektocht in lyriek, waarin boven- en onderwereld, mystiek en wetenschap met elkaar versmelten. ‘Vesper’ is een avondgebed voor wat zich in schaduwen beweegt.







Mooie bundel van de dichteres die in haar Aantekeningen onder meer verwijst naar haar onderzoek naar het natuurkundige werk van Hildegard van Bingen, haar vele zomers in Midden-Zweden en haar oerwoudtochten in Zuidoost-Azië, waar zij op zoek was naar schubdieren. Bovenstaand gedicht komt natuurlijk uit die oerwoudtochten voort. Het moge duidelijk zijn dan zij méér is dan dichteres. Zie bijvoorbeeld: notulenbijhetongetemde.wordpress.com

Archief 2021