Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 20212020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 8 - 56. Paul van Vliet: Jij bent het beste...

donderdag 25 februari 2021

Jij bent het beste wat mij is overkomen


[Kijk en luister hier.]

Jij bent het beste wat mij is overkomen
Jij hebt het mooiste uit mij omhooggetild
Door jou heb ik toch nog kunnen reiken aan mijn dromen
Aan wat ik ooit had willen zijn
Aan wat ik altijd heb gewild.

Door jou kreeg ik de vrijheid om te kunnen kiezen
Door jou heb ik het hoogste en het diepste opgezocht
Door jou heb ik gewonnen, juist door dingen te verliezen
Door jou heb ik alles 'op de groei' gekocht.

En als ik ooit, verslagen of doodgelopen
Zal neigen naar berusting en naar: ‘Goed, dat was het dan’
Zal ik door jou, ondanks alles, op morgen blijven hopen
En verder zoeken, nieuw verzinnen
Weer proberen en beginnen
Aan een volgend hoofdstuk en een beter plan.

Jij bent het beste wat mij is overkomen
Omdat jij in mij geloofde en zei dat ik het kon
En omdat jij zei dat ik het beste was wat jou is overkomen
Heb jij mijn grens verlegd
Voorbij mijn horizon.

1992


Paul van Vliet schreef me: Morgen leg ik de laatste hand aan het script van mijn nieuwe boek met verhalen. Half biografisch half algemeen. Titel: Heimwee naar morgen.

Daar zie ik naar uit, want ik was erg ingenomen met Brieven aan God en andere mensen, waarin deze oudere liedtekst is terug te lezen bij zijn brief aan Lidewij de Iongh, zijn vrouw. Dat is deze:



Lieve Liedje,

Jij hebt een stacaravan gekocht. Dat maakt de toekomst onzeker. Ik kan de consequenties ervan nog niet goed overzien.
De caravan staat op een kwartier rijden van ons huis. Dat huis is mooi en groot en iedereen kan altijd blijven logeren. Je kan er elkaar ontlopen als je daar behoefte aan hebt. Het is van alle gemakken voorzien.
Wij hebben daar twintig jaar lang van alles in geïnvesteerd. Ik voel me daar prima en heb in de bverste verte geen behoefte aan een stacaravan vlak in de buurt.
Jij wel. Het waarom is mij niet helemaal duidelijk. Jou wel. Jij wilt iets voor jezelf. Klein, knus, overzichtelijk en alleen van jóu.
Voor zover ik weet, heb je geen jonge minnaar die je daar stiekem wilt verwennen. En als dat wel zo zou zijn, kan dat ook bij ons thuis. Ruimte genoeg.
Jij wil in die caravan ook vriendinnen ontvangen. Daar ben ik een beetje bang voor. Dan gaan jullie daar zitten praten over ons, de mannen. En dan worden jullie het natuurlijk verschrikkelijk eens.
Over al die dingen waarin wij tekortschieten. Dat wij nooit luisteren. Dat wij altijd voorgaan of voorrang nemen. Dat alles altijd om òns moet draaien. Dat wij te veel plaats innemen. Dat wij overal rotzooi maken. Dat wij te weinig doen in huis. Dat wij dingen beloven die wij niet nakomen. Dat jullie door ons nooit aan jullie zelf toekomen. Dat wij wel overleggen, maar dan toch onze eigen zin doordrijven. Dat wij snurken, boeren en scheten laten.
En vooral: dat wij wèl een eigen kamer hebben, waar wij ons kunnen terugtrekken en dat wij niet begrijpen, dat jullie óók wel eens een plek voor jezelf willen.
Zoals een stacaravan.
Je bent nu met grote hartstocht bezig dat ding in te richten. Het lijkt wel of je gaat trouwen.
Je hebt lange lijsten van aan te schaffen dingen die wij naar mijn oordeel al in veelvoud hebben. Je rent van warenhuis naar warenhuis. Dan bel je op of ik je kan komen halen. Je wacht mij stralend op met handige stapelbedden, vrolijke wandversiering en de laatste superslimme snufjes voor het keukentje.
Of ik dat even wil inladen en in elkaar wil zetten of ophangen of vastschroeven.
Ik moet vooral niet vragen waar het voor is en of het wel verstandig is of nodig. Ik moet me nergens mee bemoeien. Ik moet alleen inladen, vervoeren, in elkaar zetten, ophangen en vastschroeven. Niks vragen, niks zeggen. Dit is jóuw ‘ding’.
De kinderen en kleinkinderen kunnen hier ook fijn relaxen, zeg je. Als ze moe zijn van het moderne jonge leven. Zonder ons. Ook een plek voor zichzelf.
Dan moet ik dus niet zeggen dat dat ook bij ons thuis kan. Dit is iets anders, dat moet ik toch begrijpen.
We kunnen daar ook verjaardagen vieren of Kerstmis, zeg je.
Natuurlijk kunnen wij er allemaal in! Anders gaan we toch buiten zitten. Dat is juist gezellig met z’n allen zo dicht op elkaar. Lekker overzichtelijk.
Dan moet ik dus niet zeggen: ‘Je wou dit toch voor jezelf?’
Het leukste vind je, geloof ik, dat ik daar straks op bezoek kom. Dat ik een afspraak moet maken.
‘Schikt het als ik vanavond even langskom?’, moet ik dan vragen.
Ik moet hier nog even aan wennen. Het zijn allemaal nieuwe gegevens, het maakt me een beetje onzeker.
Maar ik zie de blosjes op je wangen en de opwinding in je ogen. Dus ik denk: het zal wel goed zijn.
En wie weet, misschien mag ik daar ook nog wel een keer blijven slapen.

Archief 2021