Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

------

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de 
inhoudsopgaven van 2024-1 (A-F), 2024-2 (G-K), 2024-3 (L-R) en 2024-4 (S-Z),
2023-1 (A t/m K) en 2023-2 (L t/m Z), 
2022-1 (A t/m K), 2022-2 (L t/m Z) 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 
(A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 8 - 55. Jacques Brel: Een vriend zien huilen

woensdag 24 februari 2021

Natuurlijk is het altijd oorlog
En zijn er mensen zonder zang
Natuurlijk is er vrede nodig
En vluchten we al veel te lang
Natuurlijk wil het geld niet geuren
Maar stinkt het wel naar kapitaal
Natuurlijk blijft het kwaad gebeuren
Maar een vriend zien huilen kan ik niet

Natuurlijk zijn er slechte tijden
En aan het einde wacht de dood
Ons lichaam knikt al naar het lijden
Naar moeder aarde en haar schoot
Natuurlijk zijn er valse vrouwen
En ook de leugens van de taal
Natuurlijk moeten we herkauwen
Maat een vriend zien huilen kan ik niet

De steden lijken ongerijmd
Voor kinderen van vijftig jaar
En onze liefde doet ons pijn
We zijn als vreemden voor elkaar
Natuurlijk wordt de tijd steeds harder
Die metro’s vol verdronkenen
De waarheid maakt ons steeds verwarder
Maar een vriend zien huilen kan ik niet

Natuurlijk zijn we half integer
Zonder de moed om joods te zijn
Of de elegantie van een neger
We doen ons best, maar dat is schijn
En broeders worden er zovelen
Belooft ons het bekende lied
Dat we van liefde elkaar kelen
Maar een vriend zien huilen kan ik niet

1977


Jawel, ik kan mijn wankelheid wel verklaren – onlangs 65 jaar geworden, het druk zijn met het ruimen van mijn in vijftig jaar opgebouwde bibliotheek, het verdriet om het sterven van vrienden die ik al zo lang ken… –, maar ik weet me er goed tegen te wapenen. “Is het niet vervelend dat…”, “Is het niet moeilijk om…” “Nee, hoor.” Totdat ik denk dat pantser wel even te kunnen afleggen – dan gebeurt het. 

In de auto met een vriend. Deze zaterdagochtend. De Taalstaat van Frits Spits op de radio. Draait Voir un ami pleurer van Jacques Brel, in de vertaling van Willem Wilmink en gezongen door Herman van Veen, die zelf weer aanpassingen heeft doorgevoerd in die vertaling. Welke dat zijn, hoef ik niet eens op te zoeken, want ik heb in mijn colleges zo vaak over dit lied, afkomstig van Brels laatste album (1977), verteld en ik ken het uit mijn hoofd. Dat lied kan me natuurlijk niet raken, zou ik denken.

Maar toch, al lang niet meer gehoord en van alles flitst er door mijn hoofd. Al bij de eerste regels breek ik en ik probeer het te verbergen. Maar vrienden zijn niet voor niets vrienden. Na het tweede couplet hoor ik ook hem snikken. Ik snotter: “O, jij vindt dit dus ook zo’n mooi lied?” Hij: ”Nee, ik kende het niet, maar… een vriend zien huilen kan ik niet!”

Hierboven de ronduit beste vertaling van het chanson. Het is die van Benno Barnard. Zeker niet de best zingbare versie – beter gezegd: de slechtst zingbare, want de dichter houdt zich niet aan het metrum en inhoudelijk is het lees- en geen luisterpoëzie wat hier staat; die metro's vol verdronkenen kun je niet zingen – maar wel de meest beeldende en getrouwe.

Kijk en/of luister hier naar een keuze uit de Nederlandstalige vertolkingen van het lied (en die zijn, voorzichtig uitgedrukt, niet allemaal even goed):
Frank Boeijen (en Micheline van Hautum), Angela GroothuizenThé Lau, Liesbeth List, Willem Nijholt, Ramses ShaffyHerman van Veen en Johan Verminnen.

Archief 2021