Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 7 - 48. Saskia de Jong: De winter echter

woensdag 17 februari 2021

geluiddempende kou laat de hersenen golven van vreugde
het wandelend ik is niet langer wankelend
rust, je maakt gelukkig
de mensen zeggen dankjewel tegen hun hond
die de bal ook terugbrengt
gedichten kun je bij de psychiater schrijven met kleurpotlood
als iemand logica ontgaat dan niet
hij die ervoor betaald wordt
het stomende praten begin bij nul
in de krakende sneeuw kun je masturberen, maar niet onhoorbaar
doe het toch liever thuis meneer
het stoort ons avondlijk sterren tellen

2004


Hier schreef ik over haar bundels, maar een gedicht uit haar debuutbundel zoekt vaas ontbrak. Daarom het bovenstaande. De reden: de Stichting A. Roland Holst heeft haar driejaarlijkse oeuvreprijs voor poëzie toegekend aan Saskia de Jong (1973). De jury, bestaande uit Obe Alkema, Asha Karami en Bernke Klein Zandvoort: Saskia de Jong schrijft compromisloze bundels, associatief van aard en tegelijk goed gecomponeerd, en werkt aan een activerend en inspirerend oeuvre. 







Het bij het stipendium behorende geldbedrag is met ingang van deze editie verhoogd naar 10.000 euro. De A. Roland Holst Prijs behoort daarmee tot de hoogst gedoteerde poëzieprijzen van Nederland. De prijs wordt iedere drie jaar uitgereikt. Nogmaals zoekt vaas:

in de HEMA horen mensen thuis

twee gebakjes en niks
te drinken voor zich aan de grootste ronde tafel
hij laaft zich aan de leegheid
je kunt maar beter openlijk kijken

toont vergaande glorie in een pak
dat nog goed is, de schaarse haren goed
geplaatst, een zweem van lippenstift in zijn ogen
zo droog als het oog van een pop, een mooie
vorm van oud hout

de serveerster zegt: ik ben de serveerster
en probeert dat indirect duidelijk te maken

hij voelt zich niet eenzaam 

Archief 2021