Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 5 - 36. Bernke Klein Zandvoort: Elkaar

vrijdag 05 februari 2021

hangend in het slot van een omhelzing
denk ik over wat er op en neer gaat in het woord elkaar

een woord waarin iets uit zwemmen lijkt te gaan
de ander tot een overkant maakt

met een lange arm over het water
trekt een magneet de veerboot naar de kade

spierkabels vertellen onophoudelijk aan mijn hoofd
uit welke lengtes ik besta en waar de shampoo van een onbekende
mijn neus komt inwaaien, me uit de achtergrond
van een ander leven laat ontstaan

overal waar ik ga deel ik mijn stad met stellen
in de roes van elkaar aangeraakt hebben
op onbekende plekken

omringen mij de algoritmes
die vlooiensprongen tussen hoofd en beeldscherm maken
wordt de zon gekaderd
door het bericht dat ze om elf uur zal verdwijnen

zo leef ik samen

met mijn dromen en hoe ze in die van iemand anders haken
met mijn moeder die elke ochtend wakend in me wakker wordt

op zonnige dagen loopt mijn schaduw met me mee
als mijn meest vreemde bezit

2020


Ilja Leonard Pffeifer schreef, in NRC-Handelsblad, over de debuutbundel van Bernke Klein Zandvoort (1987): Ondanks zijn bedrieglijk geringe omvang is het een copieuze maaltijd. Pas zeven jaar later is er de opvolger en ook die bewijst Pfeiffers gelijk.
Als je de bundel doorbladert, lijkt het allemaal wat lichtzinnig en gekunsteld: de inhoudsopgave met korte titels over twee hele pagina’s uitgesmeerd, gedichten van meer dan een pagina tot een enkele zin of zelfs een enkel woord. 

bloed

bloed doet er 22 seconden over om één keer in een lichaam rond te gaan
                                een mens te omkringen in de ruimte







Maar dan ga je echt lezen en ben je al snel gegrepen door haar verrassende taalgebruik (met nauwelijks leestekens), de originele gedachtesprongen die zij maakt, de mooie beelden die zij daarmee oproept en de samenhang die er wel degelijk blijkt te bestaan tussen die lange gedichten en de korter geregelde. Dan pas begrijp je de inhoudsopgave: geen uitgesmeerde titels, maar titels in beweging, net zoals dat op de kaft de voorwerpen zijn. Bernke Klein Zandvoort verricht immers Veldwerk. Of zoals het achterplat meldt: ze verzamelt gegevens over haar waarneming van de wereld. Ze neemt monsters van de blikken tussen mensen, ziet het verleden als iets wat voor ons ligt maar ook als een spookrijder door een gezicht kan trekken, ontleedt de gelaagdheid van haar eigen denken. […] De vraagtekens die Klein Zandvoort plaatst houden haar gezelschap: welke rol spelen we zelf in het scheppen van werkelijkheid? 


een vriendin schilderde met karnemelk twee vraagtekens op haar ramen
elke ochtend als ze de gordijnen opent, ontdekt ze de wereld
een serie vragen die we steeds opnieuw tot gezelschap leren maken

Dit korte gedicht, getiteld Karnemelk – met, als overal, de titel niet bovenaan de pagina, maar onderaan naast de bladnummering – is het voorlaatste gedicht. Samen met het slotgedicht – mijn Gedicht Gedacht-keuze van vandaag – mooie illustraties van haar Veldwerk.

Archief 2021