Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 20212020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 4 - 25. Marc Tritsmans: De merel in het tuinhuis

maandag 25 januari 2021

I

Elke dag ontmoetten wij elkaar op ooghoogte:
hij, in doodsangst zittend op breekbare eieren
ik, met ingehouden adem trachtend mijn fiets
geluidloos uit het tuinhuis te ontvreemden.

Zo keken wij elkaar van dichtbij in de ogen
waarin we zagen wat allemaal gebeuren kon
en ik wist dat hij telkens alles met de razende
snelheid van zijn hartslag afwoog en toch

elke keer weer besliste om onbeweeglijk te
blijven waar hij zo aanraakbaar, kwetsbaar zat.
Het vertrouwen van een merel. Het was steeds
een prachtig begin van een dag op deze wereld.

2020


Een t te veel in ontmoetten – nou ja, een t te veel om het onraad niet te voelen, om het goed te laten aflopen met - of in dit geval voor de merel in het tuinhuis. 

II

Hoe had ik voor hun dwingende alarmkreten
doof kunnen blijven? Hopeloos te laat dus
schoot ik de tuin in waar in het gras de merel
fel en dreigend zat te roepen naar de gestreepte

kat die nog net – doodsbenauwd zo leek het – 
wegsloop bij het onderuitgezakte nest vandaan.
En in datzelfde ogenblik wisten wij allebei
dat de toekomst voorbij was. Nog urenlang

hoorde ik het merelpaar radeloos met en tegen
elkaar tekeergaan. Nooit begrijpend wat er was
gebeurd. Maar ik had hen in de steek gelaten en
zou de dag voortaan merelloos van start zien gaan. 


Twee gedichten uit Alles is hier nog, de nieuwe, veertiende bundel van de Vlaamse dichter Marc Tritsmans (1959 – lees ook hier en hier). 






Van het achterplat:
Alles is hier nog gaat over de tijd die een mens is toebedeeld. Over beginnen, eindigen en alle kleine verhalen daar tussenin. Het is een lofzang op het leven en een poging om de dood te omarmen en dit door een van de meest geëngageerde en troostrijke dichters van dit moment.


Dit sonnet is een sterk voorbeeld van die thematiek: over beginnen, eindigen en alle kleine verhalen daar tussenin.

Het boek van de vader

Op zoek naar de wereld groef ik vastberaden
in zijn boekenkast en koos met grote zorg
op gewicht en geur, ook papier en bladspiegel
hadden hun belang. Ik las met jonge honger

en begeerte, volgde de sporen die hij her en der
in potlood achterliet. Toen is hij doodgegaan en
heb ik het gered. In nog altijd even koningsblauwe
inkt hervind ik vandaag op het schutblad zijn geschrift

slechts naam en datum, maar ik zie voor mij de jonge
man die op deze dag net achtentwintig werd en van mij
zijn toekomstige zoon, nog geen vermoeden had.

Als een meteoriet uit vroegere warmere tijden
rust het boek  van de vader hier nu schroeiend
in een hand die al begonnen is te lijken op de zijne.


Het deed me meteen denken aan twee andere, net zo ontroerende gedichten: van Ted van Lieshout en Kees Torn. (Lees ze beide hier.)

Archief 2021