Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 20212020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 4 - 26. Esther Jansma: Invasie

dinsdag 26 januari 2021

Opeens waren ze er, systematisch met velen
samengepakt op schepen, in wagens, in cohorten
rennend en dravend deze kant op gedenderd

de messen slijpend op de slagen van trommels
die al dagen van verre als hartslag dit weten
in ons hadden uitgerold: ze kwamen om te blijven.

Na het vee namen ze de vrouwen en dochters.
De mannen werden bijeengedreven. Vreemde
streken blonken in hun ogen. Bijna verveling.

2020


Zoveel mooie poëzie die verschijnt in en rond deze Poëzieweek: van nieuwe bundels van Piet Gerbrandy, Peter Holvoet-Hanssen tot die van Lieke Marsman, Marc Tritsmans en Esther Jansma (1958 – lees ook hier en hier en hier en hier).







Van het achterplat:
De gedichten in Rennen naar het einde van honger bewegen zich tussen allerlei uitersten, zoals donker en licht, hoop en wanhoop, hebben en gemis, hulpeloosheid en vechtlust. De rode draad is ‘verlangen’: naar veiligheid, een thuis, herkenning, een toekomst. Jansma - in het dagelijks leven als houtarcheoloog verbonden aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed - stelt het ontbreken van zekerheden aan de orde via een breed en geëngageerd palet van hoofdpersonen en figuranten, waaronder een giraffe, Medusa, migranten, een handvol IS-strijders en een Amerikaanse president.


Vijf afdelingen. Dat handvol IS-strijders en een Amerikaanse president komen we tegen in de sterke tweede, politieke reeks met bovenstaand gedicht en het schrijnende daaropvolgende:

Hier en daar

Je vertrekt uit ruïnes, met bloedende voeten zoek je
een weg door het puin. Het is even wat stiller, stof
daalt neer, de scherpschutters zijn aan het bidden,
daarna eten ze een broodje en duwen grappen en
grollen brakend een tiener op haar knieën – de boog
kan niet altijd gespannen blijven, het is nu pauze.

Iemand betrekt het witte huis in het westen,
betreedt het bordes, slaat de maat naar verhuizers,
schrijdt de marmeren hal in, haalt diep adem en denkt:
kut, mijn kristallen luchter is te klein en mijn tafel,
vette schijt, komt uit de verkeerde tijd gezien
de allure van dit bezit en de reus die ik moet zijn.

Was ik maar eerder heel anders gaan leven, denkt
hij, dan was ik voorbereid. Jij hoort de verkrachters
joelen, een lichaam wordt van een balkon gekeild.

Archief 2021