Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 20212020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 3 - 20. Tsead Bruinja: Grachtengordelgedicht...

woensdag 20 januari 2021

Grachtengordelgedicht met duur eten

na het elkaar niet omhelzen en het bespreken
van het elkaar niet omhelzen
na de vitello tonato de saltimbocca
en het viertal glazen witte wijn
die het gesprek met de 87-jarige vriendin
over het wel of niet doorgaan met publiceren
als je op leeftijd bent en misschien niet meer
beschikt over de scherpste pen
over laten vloeien
in het vergelijken van verliefdheden 
het verschil in temperament

na de extra limoncello
die na de limoncello van het huis
nog besteld moest worden 
aan het einde van het gesprek
dat je in eerste instantie wilde afblazen
vanwege je droge keel
kijk je de vriendin aan die betaald heeft
voor je eten

je geeft haar een knuffel een dunne kus op de wang 
en begint meteen je te verontschuldigen
ze wuift het weg en zegt in een zijstraat van de jordaan 
waar fietsen net wat te dicht op elkaar staan
ik denk dat ik weet wat je bedoelt

in de halflege tram naar huis gaat het door je heen
het heeft mij goed te pakken
dit wikken en dit wegen

maar nog niet stevig genoeg

2020


Hier leest Tsead Bruinja zijn gedicht zelf voor.

Op 16 maart, een dag na de lockdown, publiceerde ik mijn eerste coronagedicht in de NRC. Het ging over een etentje met een vriendin in een Italiaans restaurant te Amsterdam. Ik had wat last van mijn
keel die ochtend en had dat voor de zekerheid gemeld. Het etentje ging door. Mijn vriendin wilde het restaurant steunen. Beiden zijn we gezond gebleven, al is de vriendin sindsdien veroordeeld tot mijn basale kooktalent.

Zo begint het voorwoord van Tsead Bruinja in Mijn overbuurvrouw is een meeuw. Ondertitel: Bloemlezing uit de inzendingen van coronagedicht.nl.






Tsead, toen nog Dichter des Vaderlands, kreeg de vraag of het gedicht mocht worden gepubliceerd op de site coronagedicht.nl en vervolgens of hij wilde meewerken aan het initiatief: een plek [...] voor iedereen en niet alleen voor dichters die in het Nederlands schrijven.

Tot 28 juli - vijf maanden lang - kwamen er zo'n negenhonderd gedichten binnen, waaruit er nu honderdtien in druk verschijnen. In omgekeerde chronologische volgorde, waardoor Bruinja's gedicht van 16 maart pas aan het einde komt.

Mooie bundel, maar terwijl
het coronanummer van DICHTER handige indexen bevat op auteur en titel, ontbreekt in dit boek alle informatie. Geen indexen en geen bio's. Niet erg als je toch wel weet wie Babs Gons, Ingmar Heytze, Myrthe Leffring, Frank van Pamelen, Alexis de Roode, Victor Vroomkoning en een tiental anderen zijn, maar over de vele onbekenden had ik toch ook graag iets gelezen - hun achtergrond en leeftijd bijvoorbeeld. 

Archief 2021