Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 20212020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 2 - 12. M. Vasalis: Duif

dinsdag 12 januari 2021

Het had geonweerd, en de straat was nat.
het asfalt lag als water aan de oever
van het trottoir, waar plechtig trad
een duif en koerde als een kind, maar droever.

De hemel boven ’t park werd licht, 
de bomen stonden groen, afzonderlijk,
en ieder leek een bos, zo vol, zo wonderlijk 
en in zichzelf gekeerd, prevelend opgericht.

Ik liep te kijken in de korte stille straat 
en zag de duif, de kleur van onweer op zijn vleugels
en poten roze als de dageraad.

1954


In het nieuwste nummer van Tirade (482) schrijft dichter Roberta Petzholdt (lees hier en hier en hier en hier) over haar liefde voor de bundel Vergezichten en gezichten (1954) van M. Vasalis (lees onder meer hier). Een citaat:

Het lezen van de gedichten van Vasalis heeft voor mij het leven verzadigd. Toen mij vele winters geleden voor mijn eerste poëzie-optreden in Festina Lente gevraagd werd welke dichter mij inspireerde, antwoordde ik half verlegen: ‘Vasalis.’ Ik wist niet eens dat Simon Vinkenoog, die mij deze avond genadeloos jureerde, hoorde bij de Vijftigers, die Vasalis haar gedichten destijds afschreven als ‘iets gedateerds’. Maar ze was de enige naam die omhoogkwam uit allen die ik gelezen had.







Gisteren leerde ik dat ze stierf in het jaar dat ik voor het eerst een gedicht van haar las. Het was in mijn lesboek Nederlands. Het gedicht ‘Duif’ sloeg in als bliksem. Ze beschreef de sfeer van diepe verstilling vlak na een onweersbui. Ik herkende het. Ze had mijn meest intieme sfeer weten te vangen in woorden. Een tijdsraam dat maar een paar minuten open staat. Een onweersbui overvalt je, je zoekt geen dekking maar laat je doorweken en plots is het afgelopen, er is niemand op straat, je bent de enige samen met de zon die doorbreekt en de bomen die bekomen van de storm die ze net hebben doorgemaakt en in die stilte trippelt een duif op het asfalt. Het cynisme is weg, er is alleen verwondering. Na ‘Duif’ begreep ik hoe machtig poëzie kan zijn.

Archief 2021