Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 20212020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 2 - 10. Tsead Bruinja: x weet het ook niet meer

zondag 10 januari 2021

ik was iemand die ervoor gezorgd heeft
dat ik hier terecht ben gekomen

ik wil niet de indruk wekken
dat het altijd aan de ander ligt

ik was verslaafd
ik ben er vijftien jaar vanaf

ik ben geen leider
ik ben iemand die de schuld krijgt

ik heb de naam gekregen
dat ik een groep ontwricht
dat ik het team ontwricht

ik vind het moeilijk om kwetsbaar te zijn
ik ben bang dat ik overlopen word

ik weet niet meer hoe ik met mensen om moet gaan

ik vind dat het strafbaar gesteld moet worden
wanneer iemand niet zegt hoe hij mij ervaart
en daarmee de beeldvorming over mij beïnvloedt

het lijkt erop dat je helemaal perfect moet zijn
om geholpen te kunnen worden

ik sta altijd tien-nul achter
ik heb altijd gedacht dat ik die tien-nul
zou kunnen inhalen

ik ben blij dat iemand ziet
dat er bij mij groei is ontstaan

als ik alles zelf zou kunnen aanleren
zou ik hier niet zitten

2020


In 2017 liep de toenmalige Dichter des Vaderlands, Ester Naomi Perquin, op uitnodiging een paar maanden met politiemensen mee. In tien gedichten (lees hier en hier en hier) legde zij hun verhalen, herinneringen en optreden vast.

In de zomer van 2020 mocht de huidige Dichter des Vaderlands, Tsead Bruinja (1974), met tbs’ers en hun behandelaars spreken. Dit op uitnodiging van de Nijmeegse tbs-kliniek de Pompestichting. Van de flaptekst:

Dat werden openhartige conversaties over hun jeugd, hun leven in de kliniek en de problemen waar ze tegen aanlopen. Op basis van deze gesprekken schreef Bruinja teksten die hij omschrijft als documentairepoëzie. In springtij komen de mensen die we ter beschikking stellen aan de staat zelf aan het woord, in hun eigen taal. Mensen die een vreselijk delict hebben begaan, maar ook mannen en vrouwen met wie we verlangens, dromen en ambities delen.






Bruinja sprak uitvoerig met de patiënten en enkele behandelaars. Voorwaarde was dat hij niet mocht vragen naar het forensisch verleden van zijn gesprekspartners en ook mochten de gedichten niet naar hen persoonlijk te herleiden zijn. Reden voor de dichter om hen allemaal x te noemen. 

Bijzondere poëzie over mensen – meestal mannen, maar een enkele keer een vrouw – met de pech zonder liefde of met geweld te zijn opgegroeid aan de onderkant van de maatschappij; een achterstand die nooit meer is in te lopen.

ik sta altijd tien-nul achter
ik heb altijd gedacht dat ik die tien-nul
zou kunnen inhalen

Archief 2021