Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 20212020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 1 - 8. Thom Schrijer: Lief

vrijdag 08 januari 2021

Op mooie dagen gaat een man bij de zuster aan
de arm naar buiten, dan laat hij van zijn resttijd
de telling achter in het huis. In winkelruiten ziet
hij haar naar hem opkijken en blozen, zijn lief,
hoort hij haar ademen, zo gehaast, de woorden
zeggen in zinnen zonder rust. Zij heeft voor hem
gekozen vandaag, hij kan niet anders meer dan
haar benaderen, beminnen. De zuster loopt op
schema, steeds een zusterstapje op hem voor.
Zij moet op tijd terug om te vergaderen. Hij wil
even stilstaan, rozen voor haar kopen. Van hier
tot aan het hemelblauw wil hij lopen met haar.
Dan staan ze voor het huis. Voor vandaag, denkt
hij, heeft hij de verkeerde voeten gekozen.

2015


Een fietser op een plein bevat de Verzamelde gedichten van de Zeeuw Thom Schrijer (1937). Ik dacht dat ik wat gemist had, want de dichter heeft de voorbije twintig jaar al zeven bundels gepubliceerd. Toch maar besteld.  Maar… uit zijn voorwoord blijkt dat hij geen dichter is, maar het voormalig afdelingshoofd van een reclamebedrijf. Na zijn prépensionering is hij workshops poëzie gaan volgen. De waardering die hij daar kreeg, gaf hem zoveel inspiratie dat hij bundels publiceerde met soms meer dan honderd gedichten. Eerst in eigen beheer en inmiddels bij de kleine literaire uitgeverij Liverse.






Dit verzameld dichtwerk – 358 pagina’s dik! – is vooral een kwestie van veel en lang niet altijd goed. Ik dacht dat ik er daarom niet over zou schrijven. Maar met, zoals altijd, een paar bundels in de rugzak zat ik in een langwachtkamer en verrasten mij toch een aantal gedichten uit Een feest van afzien, zijn voorlaatste bundel, uit 2015. Daaronder het bovenstaande vers. 

Ik heb moeite met het perspectief van de alwetende verteller, die zo goed weet van de oude man zijn verwachtingen, maar diens verwarring niet kernkrachtig weet te vangen, versus de verpleegster, wier gehaast bij woorden zonder zeggingskracht blijven. Betekent dat ik wel van de geschetste situatie houd, maar uiteindelijk toch niet van het gedicht.

Archief 2021