Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 49 - 207. Leo Ferré: En met de tijd...

maandag 07 december 2020

Vervolg van gisteren.


[Vertaling: Ernst van Altena.]


De tijd verglijdt en met de tijd glijdt alles voort
en je vergeet zijn trekke, z’n stem, z’n erewoord.
Je hart doet niet meer mee, dus ’t heeft geen enkel doel
om nog op zoek te gaan naar een voorbij gevoel…
De tijd verglijdt en met de tijd glijdt alles weg.
Hij die jouw liefde had, gaat nu alleen zijn weg.
Hij die je voor je zag, zelfs met je ogen dicht,
hij die de waarheid loog, met open, blij gezicht…
Je weet nu dat zijn openheid jou heeft misleid!
De tijd verglijdt… ook dàt verglijdt.

De tijd verglijdt en met de tijd glijdt alles heen.
wat je toch ooit zo mooi leek, blijkt nu alleen gemeen.
De kleren die je kiest zijn zwart van stille rouw,
rouw om gemiste kansen en gemiste trouw.
De tijd verglijdt en met de tijd glijdt alles voort.
Hij op wie jij vertrouwde om z’n lach, z’n woord.
Hij die jij alles gaf: je zon, je wind, je doel,
je huid en je geloof, je vingers, je gevoel,
sloop als een straathond weg. Al deed het even zeer:
de tijd verglijdt… de rust keer weer.

De tijd verglijdt en met de tijd glijdt alles voort.
En je vergeet de hartstocht, de warmte enzovoort…
De kleine zorgzaamheid, dat teder blijk van trouw:
‘Toe knoop je jas goed dicht, want anders vat je kou.’
De tijd verglijdt en met de tijd glijdt alles heen.
Je houdt je uitgeput haast niet meer op de been.
Je voelt je koud als ijs, het bed is veel te wijd
en op de dekens weegt als lood de eenzaamheid.
Je voelt je door verspilde tijd bedot, bespot…
De tijd verglijdt… de liefde glijdt… ook weg per slot.


De vertaler, Ernst van Altena (1933-1999), in Van Apollinaire tot Wedekind, zijn in 1981 uitgebrachte bloemlezing van dertig jaar poëzie en chansons vertalen:

Leo Ferré, geboren in 1916 – Frans dichter, componist en zanger. Begint in 1935 een rechtenstudie in Parijs en bekwaamt zich daarnaast in de muziek. Brengt de oorlogsjaren in zijn geboortestreek bij Monaco door en begint daarna te werken voor Radio Monte Carlo als omroeper, regisseur en pianist, in welke periode hij zijn eerste chansons schrijft. Gaat in 1946 naar Parijs terug, om daar te werken in diverse cabarets op St.-Germain. Groeit uit tot een van de belangrijkste chansonmakers van de naoorlogse jaren, vooral ook door de interpretatie die Cathérine Sauvage aan zijn werken geeft. Hij voelt zich verwant met de grootste Franse poëzietradities en zet werken van middeleeuwers als Villon en Rutebeuf, maar ook van Poètes Maudits als Rimbaud en Verlaine en een marxistisch dichter als Aragon op muziek. Zelf acht hij zich voornamelijk anarchist, een levenshouding die uitmondt in een steeds maniëristischer pose. Na 1970 wordt die pose onverdraaglijk. Nadat hij al in 1950 en 1954 pogingen tot opera- en oratoriumcompositie ondernomen heeft, trekt hij zich terug in Italië, waar hij met een Milaans symfonieorkest alle werken van Beethoven gaat ‘corrigeren’. ‘Want ook diens genie heeft fouten gemaakt en mijn genie is er om die te herstellen.’

De uitsmijter kondigt zich overduidelijk aan:
Kortom, Ferré is niet mijn vriend.

Wordt vervolgd.

Archief 2020