Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 20212020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 48 - 204. Erwin Mortier: Toen ik nog geen veertien was

vrijdag 04 december 2020

Toen ik nog geen veertien was, zeiden de mierenneukers in de fucking jeugdbibliotheek:
‘Daar zijt gij nog veel te jong voor.’ Gelukkig zonden de goden me de loensende assistente.

Ze heette Kimberly, maar ze was de boodschapster, de sibille van
Erythrae, prinses der orakels,

de Sixtijnse Schone die Trojes val voorzag en de leugens van Homerus.

Ze liet me met Dantes Hel naar huis gaan.
Op droog lover schreef ze:

‘Erwin M. Bij uitzondering toegestaan.’

Erythrae, in Ionië, ma,
het is daar schoon.

Aan de overkant ligt Chios.

2020


Laat vervolg. Mooi spel in dit gedicht. Erwin Mortier was 14 jaar en voor de bibliotheekboeken de hij wilde lezen nog veel te jong. Maar al wat hij vervolgens te berde brengt, zijn wetenswaardigheden die hij heeft opgedaan omdat hij ze toch meekreeg van Kimberley, loensende assistente. Erwin M. Bij uitzondering toegestaan.

Wordt vervolgd.

Archief 2020