Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 47 - 198. Tol Hansse: Zondagmiddag Matinee

zaterdag 28 november 2020

[Beluister hier.]

Wat is het theaterleven 
Toch een vreselijk gek bestaan 
Steeds je geven om te leven 
Anders blijf je onderaan 
Voor het publiek de romantiek 
En voor jou een elastiek 
Knellend om je derrière 
En dat net op een première 
Of een spijker in je schoen 
En maar lachen voor je poen 
Terwijl de hete spotlights zoemen 
En je lichaam dat gaat zweten 
Als je woorden bent vergeten 
Maar na afloop krijg je bloemen 
Afgepeigerd, nog wat daas 
Maar nu moet u mij eens noemen 
Wie krijgt heden na een werkdag 
Nou nog bloemen van zijn baas 

Zondagmiddag matinee 
Buiten schijnt de gouden zon 
In het theater, stil en koud 
Schijnt alleen wat klatergoud 
Als ik dit vandaag maar aankan 
Niets wat mij nog op kan beuren 
Maar wat zit ik toch te zeuren 
“Over vijf minuten aanvang!”

En dan kijk je door het gaatje 
Van het voordoek in de zaal 
Je familie is gekomen 
En ze zijn er allemaal 
Vader, moeder, wat benauwd 
“Strakkies gaat er nog wat fout” 
“Onze dochter op de planken” 
Als ze opkomt ga ik janken”
Vader: “Die gaat veel te ver” 
“Onze dochter is een ster”
Met het water in je handen 
Lees je 's morgens in de kranten 
“Zij heeft ook haar zwakke kanten”
Kijk de lichten die gaan branden 
Draaien in de juiste stand 
En ik klapper met mijn tanden 
O vanmiddag moet ik zeggen 
Zat ik liever op het strand 

Zondagmiddag matinee 
Buiten schijnt de gouden zon 
In het theater, stil en koud 
Schijnt alleen wat klatergoud 
Als ik dit vandaag maar aankan 
Niets wat mij nog op kan beuren 
Maar wat zit ik toch te zeuren 
“Over twee minuten aanvang!” 

Het kan ieder overkomen 
Zulk ‘n bui zet je niet stop 
Hoor je ‘gij zult niet schromen’ 
Want het doek gaat toch wel op 
Voor artiesten geen pardon 
Want de show die must go on 
Het orkest dat gaat de bak in 
En dan krijg je al wat meer zin 
En de bühnemeester zegt 
“Ik heb je spullen klaargelegd” 
Ja, dat is een ouwe taaie 
Weinig volk kan hij wel tegen 
“Wacht maar, strakjes komt de regen 
En dan zit je afgelaaien” 
Het orkest begint wat traag 
Laat die rotbui nou maar waaien 
Kom je moest per se het vak in 
Want je wilde toch zo graag 

Zondagmiddag matinee 
Buiten schijnt de gouden zon 
In het theater, stil en koud 
Schijnt alleen wat klatergoud 
Als ik dit vandaag maar aankan 
Niets wat mij nog op kan beuren 
Maar wat zit ik toch te zeuren 
“Aanvang, dames en heren aanvang!”

1978


In 1978 zong Corrie van Gorp dit lied op haar eerste en enige solo-album.
Zij danste bij het Amsterdams Ballet, speelde musical in
De Kleine Parade, maakte cabaret met Wim Sonneveld, zong en acteerde in het muziektheaterstuk Een kannibaal als jij en ik en… ging in 1974 haar succesvolste theater- en televisiejaren in: de samenwerking met André van Duin, in welke periode zij ook een aantal carnavalskrakers inzong. 
In 1986, na twaalf glorieuze jaren, was het ineens over. Ze kreeg last van podiumangst. Op tv vertelde ze in 2013:  Ik heb angst om op dat toneel te staan en ik weet niet waarom ik het heb gekregen. Het kwam zomaar opeens, eigenlijk. Ik was altijd als een vis in het water, maar het leek wel of er een haai kwam die me op heeft gegeten. Heel jammer, want ik had nog graag op dat toneel gestaan. En als ze daarna naar Van Duin ging kijken en hem zag met haar opvolgers, dacht zij: God, Cor, wat is dat toch jammer de je die kracht kwijt bent die je had. Anders had je er nog kunnen staan, want het was zo fijn om met André op te treden.

Bovenstaand lied – op muziek van Clous van Mechelen – is helemaal niet zo goed geschreven, maar als ik het hoorde, moest ik altijd denken aan wat haar acht jaar na het inzingen van dit lied overkwam:

Als ik dit vandaag maar aankan 
Niets wat mij nog op kan beuren 
Maar wat zit ik toch te zeuren –  
Alleen kwam nooit meer ‘aanvang’.

Corrie van Gorp overleed maandag op 78-jarige leeftijd in haar slaap.

Archief 2020