Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Vanaf januari 2021 zal er minder vaak dan wekelijks een bijdrage te lezen zijn; de schrijftijd gaat op aan drie boeken in voorbereiding. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 20212020-1 (A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 48 - 199. K. Michel: In de wereld van...

zondag 29 november 2020

In de wereld van Carl Fredrik Hill

snikhete dag
toch ga ik op reis om een stad verderop
naar tekeningen te kijken
het asfalt trekt aan de schoenzolen, klam en dik is de lucht
lopen een soort waden

de laatste dertig jaar woonde de kunstenaar
onder de vleugels van zijn zus, zij schoof iedere morgen
twee vellen papier onder zijn kamerdeur door
die tekende hij helemaal vol, ’s middags nog twee
soms gebruikte hij oude paperassen van zijn vader

door de hitte wordt mijn hoofd poreus, opent zich
net genoeg om zijn tekeningen binnen te laten
een dennenboom als een zwarte bliksemschicht
een paard slap rond een meisje gevouwen
paleiszalen met zuilen als asperges, slagschaduwen
een rendier met een krankzinnig gewei
velden die aan kale zeebodems doen denken
nog een rendier nu in een vlakte onder een doffe zon
het hele lijf lijkt een keelgeluid uit te stoten

zo zou het zijn, ja, zo is het als je overdag
koortsig door je droom beweegt
klaarwakker midden op de toendra,
in een paleis, museumzaal, bij een waterval,
alles woelend alles rusteloos zekend naar vorm
golvend voetpad, kleuren die trillen
schaduwen die naar voren treden

een meisje draagt een jurk met een lange sleep
de plooien van de sleep vormen een berglandschap
in de dalen donker gekrioel
daar torent zij waardig boven uit
de jonge vrouw kijkt om, kijkt over haar schouder
naar hem die haar tekent, naar Hill,
naar hier, groetende blik
daar achter haar begint het land van wit

2020


Uit de aantekeningen achterin & rol door, de nieuwe bundel van K. Michel:
Doordat Thijs Goldschmidt een mooi essay schreef over het werk van Carl Fredrik Hill bezocht ik een tentoonstelling van diens werk. 

 





Fascinerend: zij schoof iedere morgen twee vellen papier onder zijn kamerdeur door, […] ’s middags nog twee
Over Carl Fredrik Hill (1849-1911) lees je op Wikipedia dat hij een Zweeds kunstschilder en tekenaar was wiens stijl kenmerken vertoont van het impressionisme. Aanvankelijk maakt hij voornamelijk landschappen. In 1878 krijgt hij een ernstige psychotische aanval en de rest van zijn leven blijft hij psychiatrisch ziek. Dan zet hij als kunstschilder een geheel nieuwe fase in, waarbij hij vooral tekent en schildert vanuit zijn eigen verbeelding. Hij is dan bijzonder productief en maakMichel_Hill totaan het einde van zijn leven gemiddeld zo'n vier tekeningen per dag. Hij creëert daarbij zijn eigen leven op papier, in een stijl die verwant is aan het symbolisme, maar geheel authentiek. Pas na zijn dood raakt zijn werk bekend. Met name de tekeningen en schilderijen uit zijn laatste periode vormen nog steeds een belangrijke inspiratiebron voor moderne Zweedse kunstenaars.

De hele laatste alinea gaat over een jonge vrouw die over haar schouder omkijkt naar de tekenaar. Dat moet dit werk zijn:






Maar het zijn niet de plooien van de sleep die een berglandschap vormen, want het werk is getiteld Woman in mountains of mathematical manuscripts. Oftewel: Vrouw in bergen wiskundige manuscripten. Voor een verklaring van die titel bij dat beeld is een andere rubriek nodig dan deze. Dus maar weer over poëzie gesproken:

MEMO (aan mijzelf) 

: zucht jij nu ‘sukkel’
dan heb je pijnlijk gelijk

: normaal is het inderdaad zó
denk aan showballet, staatscircus
of de great American novel
dat men een vrachtwagen met oplegger
gebruikt om – begeleid door motoren – 
een pompoen te vervoeren

: terwijl het in de poëzie helaas
andersom is daar torst een erwt
een kruiwagen op zijn rug en
draagt die de hele wereld door
eeuwen en eeuwen



Meer van K. Michel (pseudoniem Michael Maria Kuijpers, 1958):
Indringend lezen volgens dr. Drop;
Het Magerebrugwonder;
Jou ook?;
Alles was heel anders gelopen.
 

Archief 2020