Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020-1 (A t/m M), 2020-2 (N t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 44 - 175. Jabik Veenbaas: Toespraak over de ziel

donderdag 05 november 2020

over de ziel, dames en heren, hebben in de loop der eeuwen
tal van verhalen de ronde gedaan

volgens sommigen zou ze van goddelijke oorsprong zijn
en voortleven na de dood
aristoteles wist zeker dat de ziel
het lichaam bewoog, volgens augustinus zijn wij
belichaamde zielen

anderen ontkenden dat en hielden de ziel voor
een hachelijke onderneming, een goedkope
uitvlucht, een mislukte
ontsnapping

persoonlijk heb ik mensen in verband met de ziel horen spreken
over de glans op een meisjesgezicht, het schuim
op een vers glas bier
een spuit in de arm

zij hebben allemaal gelijk
vooropgesteld dan dat dat gelijk
alleen bestaat in de ziel zelf
die, zoals wij weten, niet bestaat

descartes meende dat de ziel
zich met het lichaam verbond in de pijnappelklier
ook hij had natuurlijk volkomen gelijk
en toonde hiermee terloops aan hoezeer de wijsbegeerte
in dromen wortelt dus

in de poëzie. de ziel heeft 

zoals herhaalde meting uitwees
geen gewicht maar geeft toch steevast
de doorslag. want wie zijn ziel verliest
is alles kwijt. Muziek

kan het absoluut niet stellen
zonder ziel, iets dat overigens
voor alle kunsten geldt. stelt u zich
de passacaglia en fuga in c van bach voor
of het joodse bruidje van rembrandt
maar dan zonder ziel en u begrijpt
wat ik bedoel. terwijl het gewoon

een hunkering is, een lange
jacht op een fabeldier, een dansend
spookschip, een dronkemansgebed. de ziel
lijkt daarin op de liefde, hoewel ze
zich daarvan juist onthecht, want ze
heeft iets van een kloosterling
die het leven ontwijkt. ze is een onmogelijk

verlangen naar verheffing: we willen niet met de aarde
samenvallen maar doen het toch, we willen het logge karrenpaard
vleugels geven, maar dat staat met de hoeven
in de modder. de ziel is zonder twijfel

een hersenspinsel, een pokerspel, een som
zonder uitkomst. het is een onrust, een haveloze
zwerver die op een winterdag naar een
onderkomen zoekt. deze toespraak

die geen toespraak is, en amper een gedicht
moet dan ook worden opgevat als een
onzinnige uitweiding. u kunt haar
gerust ongelezen laten, want ze gaat
over de ziel, dat wil zeggen:
over niets.

2020


Nieuwe gedichten in dit Hollands Maandblad-nummer van filosoof, vertaler en dichter (in het Nederlands en het Fries) Jabik Veenbaas (1959), schreef ik hier. En onlangs verscheen Soms kijkt de aarde me aan. Over die prachtige bundel binnenkort meer. Te beginnen vandaag. 



Deze bundel is zo intens aards dat je haast niet merkt dat het filosofische gedichten zijn, meldt het achterplat ironisch. Daaronder het gedicht Filosofisch recept:

waar wacht je op? 
beklim de ladder
rustend op onrust

daar sta je dan
een voortvluchtige
die verlangt naar een huis
een plek om te slapen
al was het een wagen maar
op wankele wielen

werp nu de ladder weg


Zou net zo goed een poëtisch recept kunnen zijn.


Wordt vervolgd.

 

Archief 2020