Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020-1 (A t/m M), 2020-2 (N t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 36 - 121. [2/7] Froukje van der Ploeg: Marge

maandag 07 september 2020

Hij gaf haar een duw. Ze viel niet. Ze bleef staan. Even
leek het alsof het niet zo was, de por in haar rug. Een
vergissing, ze zag de schrik in de ogen van hun vrienden.
Ze zag de blik bij hem herstellen. Als ze dit serieus nam
waren er gevolgen, gevolgen voor de rest van haar leven.

Laat je een compleet voorgenomen leven niet doorgaan
om een duw? Om een blik? Om een moment? Ze bevroor
in het moment. Ze wilde verder, ze had gekozen.

Het was een gemene duw zeiden de vrienden. Sorry, zei hij.
En dat was het. Ze weet niet meer of ze naar huis ging.
Alleen die straathoek in het voorjaar,, onder de straatlantaarns
op een moment in de nacht dat je kiest
voor meer of toch maar beter naar huis.

2020


Vervolg van gisteren.


De bundel begon met een brief aan Lieve Imke, eind september. De tweede en derde afdeling eindigen met brieven aan Lieve Imke in respectievelijk oktober en november. De laatste afdeling met een brief uit augustus. We gaan terug in de tijd, dacht ik even. Maar nee, het is de zomer daarna. Maar deze vijfde afdeling omvat wel de hele periode, te beginnen met toen het definitief misging.

Tweede bundel: Zover (2013)



Hij gaf haar een duw is het begin van het einde. Letterlijk in deze bundel en figuurlijk binnen de verhaallijn. 


Geduld

Ik dacht: er komt een moment, dan weet ik het
dan weet ik het zeker, ik red mezelf, ik stop
ik breek af wat we ooit opgebouwd hebben, ik veeg
de ruzies het huis uit en dan, dan. Het was het deel

van glas, glazen die bewust uit mijn hand vielen
splinters kaatsten door de kamer, ik wilde verder, zijn
afscheid ondertekend, het huis op mijn naam
de muren opnieuw geverfd, niet langs loketten.

Ik wilde iets kleiner dan dit, een nacht waarin
ik me alleen afvroeg wat ik tegen de krantenjongen
zou zeggen als ik gelijk thuiskwam met de krant
van die ochtend.


Wordt vervolgd.

Archief 2020