Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020-1 (A t/m M), 2020-2 (N t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 33 - 103. Willem van Zadelhoff: De meisjes...

dinsdag 18 augustus 2020

de meisjes uit de diamantstraat


1

de meisjes uit de diamantstraat zijn vaak gemeen
het zijn vreemde meisjes soms zie je ze dagelijks
soms zie je er geen of ze weten even niet wie je bent
maar ik houd van de meisjes en vind dat niet erg


2

de meisjes uit de diamantstraat zijn mooi
ze hebben allemaal dezelfde naam
een naam die je graag uitspreekt
een weldadige naam zou je kunnen zeggen


3

de meisjes uit de diamantstraat zijn rare meisjes
soms kom ik thuis en ligt er een in mijn bed
het zijn prima kacheltjes de meisjes uit de diamantstraat
maar halverwege de nacht zijn ze meestal alweer weg
je kunt niet echt van ze op aan ze zijn trouweloos


4

de meisjes uit de diamantstraat zijn ingewikkelde meisjes
ik begrijp niet zoveel van ze je kunt ze ook niet begrijpen
want ze hebben steeds een ander gezicht
je zou bijna gaan denken dat er heel veel meisjes
in de diamantstraat wonen maar dat is niet waar

2020


Kort na het verschijnen van de tweede gedichtenbundel, in 2014, van Willem van Zadelhoff (Arnhem, 1958) publiceerde Het Liegend Konijn een nieuwe cyclus van zeven gedichten. Ook daarna – in 2017 en 2019 – verschenen nog twee reeksen (ook elk zeven gedichten) in dit halfjaarlijks tijdschrift voor hedendaagse poëzie. Het was duidelijk dat een nieuwe uitgave al in voorbereiding was.





Willem van Zadelhoff woont al bijna twintig jaar in Antwerpen (waar zich deze beroemde Diamantstraat bevindt), waar hij Duitse literatuur recenseerde voor De Standaard en Prozaschrijven doceert aan de Schrijversacademie. Hij debuteerde pas in 2003, 45 jaar oud, en publiceerde tot nu toe zes romans en drie gedichtenbundels. Voor Tijd en Landen kreeg hij de Herman de Coninckprijs toegekend voor het beste debuut van het jaar. Dat was in 2008. Zes jaar later verscheen Het ei van Fabergé en weer zes jaar later ligt er Al mijn kappers.






Dat is een prachtige en heel veelzijdige bundel van een dichter die heel beeldend schrijft en zichtbaar veel moeite heeft gedaan mooie zinnen aaneen te rijgen zonder dat het ook maar een moment gekunsteld overkomt. Een kwestie van noeste arbeid (vandaar die zes jaar?), van lang denken over en schaven aan de beste woorden die passen bij het thema. Eén thema, dat hij op het achterplat omschrijft als Vergeten tegen beter weten in. Oftewel: dingen die je wilt vergeten, maar die toch steeds weer opdoemen, zoals liefdes die verkeerd afliepen. En gebeurtenissen die je invallen en verrassen omdat ze je ontschoten leken te zijn, zoals plotselinge gedachten aan de overleden vader. Of herinneringen die je noteert omdat je ze wilt koesteren, zoals die aan gestorven vrienden en collega’s. Niet voor niets komt het motto van Gerrit Kouwenaar: vandaag hoort de woorden de stilte bezweren alsof de tijd ooit te stillen was.

Dat klinkt ernstig en dat is de bundel ook. Dat ernstige dichters humoristisch kunnen zijn, bewijst bovenstaande cyclus. Maar morgen heel andere poëtenkoek!

Archief 2020