Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 32 - [7/7] Wim van Til: De verlossing...

zaterdag 15 augustus 2020

De verlossing van Brugge

Geen anker slaat zich vast in de waterstraten
van de stad. Ik was er ziek in het jaar dat God
voorgoed van dit toneel verdween.

In mij huisde de haastigheid, dat spervuur
van valse microben. Ik ging van deur tot deur
van haard naar steeg, zeven maal heen

en zeven maal terug, niets hielp. Moest
deze stad vergaan, het noodlot zou haar sparen
zo als ik leven bleef, verrot tot op het been.

Geen steen die meer hetzelfde is als toen, geen
vlek die bleef na de gemorste wijn, de zot
die rondging met de poetslap over plein en steen

draait nog de poorten naar de wegen van de stad.
En elke dag bleekt water het stadsjournaal tot nieuw
papier dat voeten vraagt voor de geschiedenis van een

die zich verwittigt hoe inkt een brug vormt naar de overkant.

2020


Bruggetje dat ik niet zag aankomen. Brugge-tje, want we blijven toch een dag langer in Brugge. 

Van de mij onbekende Wim van Til (Leiden, 1955) ligt hier een nieuwe bundel op tafel. Getiteld Uiteindelijk en verschenen in slechts honderd genummerde en gesigneerde exemplaren. Van Til debuteerde in 1981 en publiceerde sindsdien slechts vijf bundels, deze meegerekend. De laatste verscheen tien jaar geleden. Verklaart dat de titel? Uiteindelijk toch genoeg nieuw werk? Daarnaast is hij leraar Nederlands, uitgever (Kleinood & Grootzeer gaf de bundel dan ook zelf uit) en oprichter van Poëziecentrum Nederland.




Poëziecentrum Nederland? Welja, we kennen al ruim veertig jaar het Poëziecentrum, maar dat informatie-, documentatie- en studiecentrum voor Nederlandstalige poëzie en anderstalige poëzie in Nederlandse vertaling bevindt zich in Gent en is uitgever van het tweemaandelijke poëzievakblad de Poëziekrant. Is er ook een Poëziecentrum Nederland? Waarom weten Nederlandse poëzieliefhebbers wel wat er zich bij de zuiderburen afspeelt, maar niet wat er binnen nog geen vijftig kilometer afstand gebeurt? Vragen, vragen, vragen.

Wikipedia brengt me verder:
Het PcN is een studie- en documentatiecentrum voor moderne Nederlandstalige poëzie en omvat ruim 17.000 bundels, vele bloemlezingen en vertaalde poëzie en een uitgebreid knipselarchief met recensies, besprekingen, interviews en geschreven portretten van dichters en secundaire literatuur. Het Poëziecentrum Nederland is sinds maart 2014 gevestigd in Nijmegen.

We klikken nog verder door:
Het Poëziecentrum Nederland werd in 2000 opgericht door de dichter Wim van Til, die er tevens zijn privéverzameling in onderbracht. In 2000 werd het eerste PcN opgericht in Geffen. (Daar woonde ik toen tien minuten vandaan, maar dus zonder van het bestaan ervan te weten, FV.) In 2006 verhuisde het Centrum naar het gebouw Boek op 't Zand in Bredevoort. In februari van dat jaar werd het centrum officieel geopend door Gerrit Kouwenaar. In februari 2014 kondigde het Poëziecentrum Nederland aan in april te verhuizen naar de centrale bibliotheek van Nijmegen en inmiddels heeft die verhuizing plaatsgehad. In maart 2014 is met een hommage aan Gerrit Kouwenaar een einde gekomen aan de periode in Bredevoort.
De doelstelling van het PcN is om liefhebbers van poëzie te informeren, de kennis van poëzie te vergroten en de belangstelling voor poëzie in Nederland te stimuleren. Ook organiseert het Poëziecentrum activiteiten voor leerlingen van (en hier haal ik even een taalfout weg) middelbare scholen en basisscholen.





Terug naar
Uiteindelijk, de vijfde bundel. 42 pagina’s, waarvan de helft bestaat uit een cyclus van 26 korte, zevenregelige gedichten: een kwatrijn en een terzine, gevolgd door een Envoi. Centraal staat een actrice die terugblikt op haar afgesloten toneelcarrière. Dat was haar leven, letterlijk en figuurlijk, want wie zij speelde, werd wie zij was en wat rest haar nu nog?

Dat is de tweede afdeling. Van de eerste, met 15 gedichten (waarvan het eerste in vier afzonderlijke verzen is opgebouwd), maakt bovenstaand gedicht deel uit. Strak gecomponeerd (volg het rijm van de laatste regels) en inhoudelijk vol symboliek (zeven maal heen en zeven maal terug) en beeldrijk. Maar o zo stijfjes en afstandelijk. Dat geldt voor de hele reeks. Een hoofdpersoon die geen moment houvast krijgt op wat hij aanschouwt en beleeft, met als gevolg dat de lezer geen houvast krijgt op wat hij leest.

Waarom dan toch deze aandacht? Vooral vanwege dat Brugge-tje en vanwege mijn verbazing dat er een Poëziecentrum Nederland bestaat. 

Archief 2020