Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020-1 (A t/m M), 2020-2 (N t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 32 - 97. Herman Leenders: Hij

woensdag 12 augustus 2020

hij smokkelt zich naar binnen
niemand merkt hem op
in de haard de kelder het washok
niemand ziet hem in de tuin
doorzichtig en meegaand als hij is
vanzelfsprekend als de notelaar
als houtworm in het gebinte
roddelend met de kauwen en kraaien
lonkend in de spiegel
hij grijnst en spot
het spook met de happy socks
schreit als een krolse kater onder
de diepgevroren maan
draait de deur
achter mij in het slot

2020


De dichter is zich in zijn werk bewust van zijn sterfelijkheid, schreef ik gisteren naar aanleiding van de Brief aan een zoon. Maar uit bovenstaand gedicht spreekt dat nog veel meer. Het is, net als de keuze van gisteren, afkomstig uit de ruime eerste afdeling; die beslaat meer dan de helft van de bundel. In de tweede afdeling staan gedichten centraal die hij schreef naar aanleiding van herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog. Zoals het onderstaande, waarin hij de stilte laat dreunen, want zo onbetamelijk stil dat de bomen kreunen [...], dat je de wortels hoort [...], dat de namen knagen

Zo onbetamelijk stil 

dat de bomen kreunen
zij proberen de lente
voor de honderdste keer
nesten te verdragen
gebroken eierschalen
opengesperde snavels
dat je de wortels hoort
die een weg zoeken
tussen ijzer roest
steenpuin botten
dat de namen knagen


Wordt vervolgd.

Archief 2020