Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020-1 (A t/m M), 2020-2 (N t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 31 - 92. [4/5] Gerrit Achterberg: Werkster

woensdag 05 augustus 2020

Zij kent de onderkant van kast en ledikant
ruwhouten planken en vergeten kieren,
want zij behoort al kruipend tot de dieren,
die voortbewegen op hun voet en hand.

Zij heeft zichzelve aan de vloer verpand,
om deze voor de voeten te versieren
van dichters, predikanten, kruidenieren,
want er is onderscheid van rang en stand.

God zal haar eenmaal op Zijn bodem vinden
gaande de gouden straten naar zijn troon,
al slaande met de stoffer op het blik.

Symbolen worden tot cymbalen in de
ure des doods - en zie, haar lot ten hoon,
zijn daar de dominee, de bakker en de frik.

1949


Net als Foetus komt Werkster, een van de bekendste gedichten van deze beroemde dichter, uit Hoonte (1949). Hij is in die jaren enorm productief. In 15 jaar – tussen 1939 en 1954 – schrijft hij meer dan twintig bundels. 
In 1955 wordt zijn TBR-status opgeheven en kan hij eindelijk rust vinden. Maar… zijn werk stokt. De laatste zeven jaar van zijn leven – dat eindigt op 17 januari 1962 – schrijft hij nauwelijks meer. 

Wim Hazeu:
Die avond vond er een televisiegesprek plaats ten huize van Bert Bakker en Victorine Hefting, waarvoor gasten waren uitgenodigd die te zamen tot een interessante conversatie zouden moeten komen. De opname had de hele dag in beslag genomen, de uitzending was ’s avonds. Om de uitzending niet te missen, reden Cathrien en Gerrit die woensdagavond de zeventiende januari 1962 naar Amersfoort, waar zij in een café het programma wilden aan zien. De auto werd bij het station geparkeerd, waarna de weg door de tunnel te voet werd afgelegd. In de tunnel stopte hij en er werd besloten weer terug te gaan. Terug in de auto zei hij: ‘’t Is of m’n arm wordt afgesneden.’ Maar hij wilde niet langs een dokter rijden. Hij stopte in Leusden voor de garage van het huis. Cathrien stapte uit en vroeg: ‘Zal ik wat aardappelen opbakken?’ Gerrit antwoordde: ‘Ja, maar niet te veel.’ Het waren zijn laatste woorden, hij stierf in de auto, in de deur van de garage….’

Hij was pas 56 jaar oud.



Achterbergs graf in 1962 (boven) en (hieronder) na bijzetting van

Chathrien van Baak (1908-1989). Achterberg had aangegeven
onder een zwerfsteen begraven te willen worden.

Over de graftekst had hij nog niet na kunnen denken.
Harry Mulisch stelde voor te kiezen voor
Grafschrift uit Osmose (1941):


Van dood in dood gegaan, totdat hij stierf.
De namen afgelegd, die hij verwierf.
Behoudens deze steen,waarop geschreven:
de dichter van het vers, dat niet bedrief. 






Wordt vervolgd.

Archief 2020