Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020-1 (A t/m M), 2020-2 (N t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 31 - 90. [2/5] Gerrit Achterberg: Directeur

maandag 03 augustus 2020

Vanmorgen heb ik hem zien fietsen door de lanen.
Zijn bril flikkerde in de zon.
Er schoot een scherpte door mijn ingewanden,
omdat hij mij gevangen houden kan

zolang hij wil, want duizend wegen leiden
naar Rome, één verkeerd gekozen woord
staat nog dezelfde avond in 't rapport
en blijft bewaard tot aan het eind der tijden.

Onmacht en rechtloosheid ontbinden
de ziel, die langzaam onpersoonlijk wordt.
Zo zal ze beter passen in het blinde
systeem van kaarten, dat zijn tafel torst.

Verraden krachten richten zich op deze
mens met het enige tekort
dat hij mij zólang zal genezen
tot ik een ander word.


1969



Vervolg van gisteren.


De vader van Gerrit Achterberg was een driftige man; zijn moeder daarentegen gesloten en verlegen. De zoon heeft beide kanten in zich. Als hij vijf jaar is, valt hij van een trap en is dagen bewusteloos; dit herhaalt zich als hij zestien is en van een hooizolder dondert. Artsen die hem later onderzoeken, betwijfelen of die gebeurtenissen tot hersenbeschadigingen hebben geleid. Maar zijn psychiaters denken daar anders over als zij proberen zijn agressieve gedragingen te duiden. 
Als hij pas onderwijzer is, zien collega’s hem als (ik citeer Wim Hazeu) een eigenaardige, in zichzelf gekeerde, geremde, terughoudende en schuwe jongeman, die daarbij ook nog zijn ‘lompe’ kanten had. Met die collega’s heeft hij geen contact; hij groet hen niet eens. Wel sluit hij vriendschap met Arie Dekker, een domineeszoon die goed thuis is in de Nederlandse poëzie. Bekenden zeggen dat hij sindsdien over poëzie spreekt met (opnieuw Hazeu) een verbijsterende hevigheid en gretigheid. Over zijn vak of over zijn vriendin hoort niemand hem ooit.





Dat vriendinnetje is Cathrien van Baak. Als zij een keer niet op tijd is voor hun afspraak, fietst hij naar haar huis en probeert haar slaapkamer binnen te dringen. Gewapend met een pistool, want stel dat zij daar met een ander ligt! Cathrien is zich wezenloos geschrokken en maakt het niet lang na dit voorval uit.
Daarna is hij verloofd met Bep van Zalingen, maar zij raakt steeds meer van streek door zijn agressie. Seks moet met overmeestering en geweld – ook daarbij schuwt hij niet te dreigen met zijn pistool. Hazeu: Over deze ontsporingen merkte Achterberg meermalen op dat het was ‘alsof een ander het deed’. Ook Bep beëindigt de relatie, waarna hij in somberheid vervalt en een tijdlang geen gedichten schrijft.
Hij misdraagt zich als onderwijzer en een leerling biecht haar ouders op dat hij handtastelijk naar haar is. Dat zorgt voor ‘verlof’ en niet lang daarna voor zijn eerste opname in een psychiatrische kliniek. Hij staat binnen twee weken weer buiten, maar wel met een diagnose: hij is een psychopaat. Niet lang daarna wordt hij, vol opgekropte woede en een geladen pistool op weg naar Bep, gearresteerd en opnieuw belandt hij voor korte tijd in een inrichting. 
Vier jaar later – Achterberg is dan 32 jaar – gaat het echt mis. Hij huurt inmiddels een kamer bij weduwe Roel van Es, met wie hij een verhouding begint. De getuigenissen van direct betrokkenen lopen uiteen, maar het volgende zou er gebeurd zijn. 
Als hij, in wéér een vlaag van verstandsverbijstering, aan zijn minnares de hand van haar pas 16-jarige dochter vraagt, neemt zij onmiddellijk afstand van hem. Onacceptabel voor hem. Hij koopt opnieuw een wapen en als de dochter boven komt, wil hij zich aan haar vergrijpen. Zij verzet zich, haar moeder hoort wat er gebeurt en rent naar boven om tussenbeide te komen. Hij schiet haar onmiddellijk dood en raakt nog net de vluchtende dochter. Die overleeft het schampschot. Hij vlucht, meldt zichzelf later alsnog bij de politie, krijgt gevangenisstraf en TBS. 
Als men hem later vraagt of hij zich niet schuldig voelt, antwoordt hij verbaasd: “Schuldig? Maar ik heb er toch vijf verzen over geschreven.” Immers, een mensenleven verzinkt toch in het niets bij een goed gedicht.



Verzamelde gedichten - twee delen in cassette (2005)



De directeur in het bovenstaande gedicht is Henk Fontein. Die zorgt ervoor dat hij tijdens zijn gedwongen opname, ook ter zelfbescherming, in de bibliotheek kan werken en daardoor veel kan lezen en ook dichten. 
Hazeu: De laatste regel van dit gedicht, waarin Achterberg haarscherp zijn situatie tegenover de directeur beschreef, luidde oorspronkelijk: ‘dat ik me op hem stort’. Fontein zei: ‘’t Is beter dat je dit niet schrijft. Er zijn nog steeds mensen die twijfelen aan de afname van je agressiviteit.’ En zo veranderde de dichter de regel, om de directeur een plezier te doen, in ‘tot ik een ander word’. Fontein: ‘Ik zei: ‘Dat is goed, als je onder een ander maar verstaat jezelf worden.'


Wordt vervolgd!

Archief 2020