Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 30 - [5/5] Maud Vanhauwaert: Toren van Babel

donderdag 30 juli 2020

Wij wonen in één stad maar meer nog
wonen wij in vele talen die langs en over
en in elkaar botsen en die klinken
met tongen die vreemd vallen

Wij wonen in één stad in vele talen 
maar meer nog wonen wij allen
in ons eigen hoofd dat soms een stad vormt
op zich, met gedachten in al te korte

bochten, monumenten van herinneringen
en plekken waar je beter niet alleen komt
;s nachts. Wij dolen in deze ene stad in
onze eigen werelden rond en net daarom

misschien is het zo bijzonder als iemand
je plots aankijktop een tram of op straat
en je door alle talen en hoofden heen
het gevoel hebt dat je er elkaar

naakt raakt 

2020


Vervolg van gisteren.

Zegt een Vlaming dat hij uit ’t Stad komt, bedoelt hij Antwerpen. Dichter en acteur Maud Vanhauwaert (Veurne, 1984) was in 2018 en 2019 stadsdichter van Antwerpen en rond haar veelheid van activiteiten is het boek Het stad in mij verschenen. Het stad in mij. Het Antwerpen in mij dus. Maar lees stad ook gerust als werkwoord: het stadt in mij; het is in mij gaan Antwerpen of nog korter: het Antwerpt in mij.
Geweldige titel van een nog geweldiger boek, zeker als je, zoals ik, het geluk hebt gehad de luxe editie aangereikt te krijgen. Er is een filmpje van haar persoonlijke bezorging, waarbij zij het gedicht declameert dat ook in het foedraal is verwerkt. Kijk hier en lees hier.




Van die luxe editie verschenen slechts 300 gesigneerde exemplaren en die zijn niet meer verkrijgbaar, maar ook de ‘gewone editie’ is een pareltje – nou nee, zeg maar parel: 368 pagina’s dik en mooi opgemaakt, vol kaders,  foto’s, tekeningen, projectbeschrijvingen, lezersopdrachten, kinderspelletjes en natuurlijk veel poëzie. Of zoals zij zelf voorin schrijft:
De wederwaardigheden, onomstootbare conclusies, dwalingen, ontboezemingen, opstandigheidjes en fratsen van Maud Vanhauwaert, die ooit stadsdichter van Antwerpen was en wel vaker de kantjes van de poëzie afloopt.

De kantjes van de poëzie aflopen, maar dan in de positieve betekenis: alle randen ervan opzoeken en daarmee overtuigend aantonen hoe ontzettend veel je met poëzie kunt doen, zeker in samenwerking met andere kunstenaars in ’t Stad, waar kunst zo bruikbaar is om de problemen rond onder meer migratie in achterstandswijken en populistische schijnoplossingenpolitiek. Geen moment een statement overigens, maar altijd een kunstzinnige handreiking in taal ondersteunt door beeld. 

Zo legt Vanhauwert uit dat zij Droesems organiseerde: salons waarin ik tal van gasten ontving: dichters, muzikanten, dansers, academici, buurtbewoners… […] We belichtten meertaligheid in al haar facetten en elke week zoomden we in op een van die vele talen die veelvuldig worden gesproken in Antwerpen.
Bij elke Droesem werd ook een nieuwe vertaling van het gedicht [zie hierboven, FV] gepresenteerd dat samen met alle vertalingen een nieuwe stadsgedicht vormde. Het gedicht maakte een reis door acht talen, met elke keer een terugvlucht naar het Nederlands, volgens het principe van de ‘Chinese Whispers’, oftewel de fluisterpoëzie. Concreet: het Nederlandse gedicht werd vertaald in het Engels. Die Engelse vertaling werd terugvertaald naar het Nederlands. Die Nederlandse versie vormde de basis voor die Jiddische vertaling enzovoort. Uiteindelijk ontstond zo een vlaggenlijn van zeventien versies, waarin je niet alleen de eigenheid van de talen, maar ook van de vertalers voelt. […]
Kijk eens hoe alleen de eerste versregel transformeerde. ‘Wij wonen in één stad’ veranderde in ‘We bestaan in slechts één stad’, ‘Wij leven in zomaar een stad’, ‘Wij leven in een willekeurige stad’, ‘Wij leven in een onbedoelde stad’, ‘Wij leven in een nogal onbedoelde stad’, ‘Wij leven in een latent willekeurige stad’, en na de laatste vertaling in het Chinees [na het Engels, Jiddisch, Frans, Russisch, Spaans, Arabisch en Turks, FV] eindigden we met ‘We leven in een stad als een zenuwstelsel’. Oftewel: de frase werd, en route de parcours, pas echt poëzie. […]

Wij wonen in een stad als een zenuwstelsel
omarmd door een eeuwige kakafonie
waar golvende echo’s van mooie talen
nieuwe en vreemde dialecten broeden

Onze ziel, onze gewonde spiegel
ontrafelt in een wervelende schaduw
Wij alleen kennen deze weg
dit duidelijke doel

Het is niet te laat, nooit te donker
Ruzies zijn niet nodig
Niet alleen in een droom kan een stad
haar droomwereld bouwen

hebben wij niet vaak in een ander paar ogen gestaard
Stapels kalenders, aan de telefoon, op de megafoon
Wanhoop
Droeve geluiden overal
Misschien is dit de enige weg

Geef je over aan de ziel van de stad


Wat een geweldig mooi en noodzakelijk boek.

Archief 2020