Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020-1 (A t/m M), 2020-2 (N t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 30 - 85. Hans Sleutelaar: Dood van een dichter

maandag 27 juli 2020

Gisteren kwam ik ongevraagd te weten
hoe Kees Buddingh’ is doodgegaan.

‘Door niets of niemand bijgestaan,
de zusters waren hem vergeten.’

Hij rukte ’s nachts, door iets bezeten,
de plastic slangen van zijn armen.

‘Toen is hij domweg uitgeteerd en
’s morgens bleek hij gecrepeerd.’

Ik heb Kees lang geleden goed gekend.
De ouwe rot, bij wie ik mij kwam warmen.

Dan, op een toon die rekent op erbarmen:
‘Hans, je had hem nauwelijks herkend.’

1985


Kort voor zijn dood, december 2019, ging Jules Deelder op bezoek bij vriend en mede-Rotterdammer Hans Sleutelaar en toen maakte Carel van Hees deze foto. Donderdag jl. - als ik dit schrijf, is het zaterdag 27 juni - is Sleutelaar overleden, 85 jaar oud. 





De zwijgende dichter noemden zijn collega’s van de literaire beweging De Zestigers hem, Armando (overleden in 2018), Cornelis Vaandrager (1935-1992) en Hans Verhagen (overleden april jl.). Omdat hij slechts tachtig gedichten schreef en omdat hij nooit op de voorgrond trad. 


De Zestigers. V.l.n.r.: Sleutelaar, Armando, Verhagen en Vaandrager



De Zestigers zetten zich af tegen de Vijftigers. Niks experimentele vrijheid, die leidt tot lange, beeldsprakerige gedichten. Gedichten horen van de straat te zijn en moeten kort en krachtig wezen. Kregen de mannen slechte kritieken, kwamen die pontificaal in hun tijdschift De Nieuwe Stijl te staan. Straatpoëzie was immers ook stoer. 

Sleutelaar was dus de zwijgende dichter. Hij had wel wat anders te doen als copywriter bij Unilever, journalist bij de Haagse Post en hoofdredacteur bij Uitgeverij De Bezige Bij. Daar was hij onder meer verantwoordelijk voor het redigeren van de boeken van Johnny van Doorn (1944-1991) en bovenal Jan Cremer. Hij trok zelfs bij Cremer in toen die, na zijn enorme succes van Ik, Jan Cremer, in New York lanterfantte en maar niet wilde opschieten met het vervolgdeel. Drie weken later lag het er!

Sleutelaar woonde van 1985 tot 2000 is Normandië, daarna in Thailand en pas sinds 2008 weer in Rotterdam. Zijn vrouw was ernstig ziek en zou hier het best behandeld kunnen worden. Ze stierf nog geen jaar later.

De laatste jaren woonde Sleutelaar, die leed aan de ziekte van Parkinson, in een verzorgingshuis. Daar bezochten zijn vrienden hem nog regelmatig. Niet alleen Deelder, maar ook beeldend kunstenaar Hans Citroen, actrice Loes Luca en dichter Rien Vroegindeweij. Maar door Corona kon dat de laatste maanden niet meer en daar had hij het knap moeilijk mee. 

Erik Brus werkt aan een biografie over Sleutelaar en sprak hem vaak en langdurig. Maar ook hij kon de laatste maanden niet meer naar hem toe. Ik zie erg uit naar zijn boek.





Bovenstaand gedicht en het vers hieronder zijn afkomstig uit Wollt Ihr die totale Poesie?, een bundeling van zijn korte en zeer korte gedichten, die hij in 2015 zelf samenstelde en voorzag van aantekeningen en een opstel over rijm met als conclusie dat een fijn bewerktuigde dichter bij voorkeur tegen het tij in roeit. 


In memoriam patris

Het raam keek uit
     op een blinde muur.
          Het licht was schaars
               in zijn stervensuur.

In het midden van de kamer
     bleef ik staan en zag
          hem aan. Wat dat mijn vader, 
               die daar lag?

Het magere gezicht verried
     wanhoop, wrok, verdriet,
          maar het kind wist niets
               van wat hier was geschied.

Ik zag voor het eerst een dode
     en voor het laatst een vriend.
          Hij zou mijn vader zijn,
               maar werd het niet. 

1972

Archief 2020