Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 22 - [6/7] Jacques Hamelink: Het meisje van Yde

vrijdag 05 juni 2020

Aan het eind van de ijzertijd, in
haar aera van wolf en beer, oeros en
wildzwijn, werd ze bijgezet in het veen.

De vele beken zijn rijk aan zoetwatervis,
de beekdalen overgroeid door elzebroekbos.
Bever en otter beheren heia het koninkrijk.

Uit een gehucht van luttele houte veestal
huizen, van mensen onderdak met koebeesten
was ze, bijdehante zoekster van vossebessen.

Wat uit de bagger werd opgebeugeld van haar.
Het schromelijk verwrongen onverteerd hoofd,
voor de helft haarloos, geschoren schijnend,

wang door de heikele baggerbeugel stukgestoken;
dat gekrompen poppehoofd, klomp turf of ijzeroer
waaraan aanhangend iets van torso. En die mummie

met nog 1 tand in de scheef op apegapen gegeeuwde
vergane heksemond was, zegt men, een meisje van 16,
proemechie ooit om gierstepap krijsend naar mamma.

Men zegt in het voorjaar geoffreerd aan de vruchten,
om een ons onkenbare schanddaad ter dood gebracht,
naar hun wet ten afschrik buiten de asgrond gelegd. 

Ze had haar lang gevlochten wollen taillewikkelband,
haar sprangband met daarin de schuifknoop waarmee ze
gewurgd was nog als een zwachtel om haar hals zitten

toen haar verkrachter haar dumpte in het moerasveen
dat verder, behalve losse knekels, resten bewaard heeft
van haar wollen mantel, maar van de berketakken waarmee

de vogelaar zijn slachtoffer in het veenmoer vaststak niets. 

2020


Vervolg van gisteren.

Uit de doden heet de zesde afdeling met herinneringen aan onder meer de broeders van de Katholieke Leergangen in Tilburg, waar hij voor leraar Nederlands studeerde. In de zevende, Illuster gezelschap, sfeerbeschrijvingen naar aanleiding van bezoeken aan kunstschatten en hun oorsprong, zoals rond Jeroen Bosch’ Hiëronymus met de leeuw, de grotten van Busot in Allicante en – zie bovenstaand gedicht – het Drents Museum. Ook daar bevindt zich namelijk illuster gezelschap: het in 1897 bij Yde gevonden veenlijk, waarop sinds de jaren negentig onderzoek wordt gedaan (zoals via gezichtsreconstructie en 3D-scans). Over de doodsoorzaak is nog steeds weinig bekend:
Haar hoofd is voor de helft kaalgeschoren en ze heeft een bandje met schuifknoop om haar hals. Dit bandje was oorspronkelijk een tailleband en is niet geweven, maar gemaakt in de sprangtechniek, een zeer oude vlechttechniek. Het is driemaal om haar hals gewonden en de knoop is onder haar linkeroor aangetrokken. Er is een opening in de huid boven het linker sleutelbeen die het gevolg kan zijn van een messteek. Onduidelijk is de reden van haar gewelddadige dood. Het kan een straf zijn geweest, maar ze kan ook geofferd zijn.

Archief 2020