Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020-1 (A t/m M), 2020-2 (N t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 18 - 38. Nachoem Wijnberg: De Turingtest winnen

vrijdag 08 mei 2020


Nachoem Wijnberg. Beeld: Wouter le Duc



Iemand vraagt mij
(niet over rechtvaardigheid, zoals in het grote gedicht van Yang Mu
over de beleefde, geduldige, welberedeneerde brief
van een nog jonge man die teleurgesteld is, maar niet als over een prijs
die hij niet gekregen heeft) wat ik van de gedichten vind
geschreven door een machine learning programma
en ik zeg dat het niet moeilijk is een machine
tekst te laten maken die een mens (een poëzielezer)
laat denken dat het van een van hen is die gedichten schrijven
die als gouden standbeelden van een dictator
met de zon meedraaien (of de maan, als zij zich eenzaam voelen)
want die schrijven zo. Zo wint een machine makkelijk de Turingtest,
dat is een mens laten denken dat hij met een mens spreekt,
niet de Turing Gedichtenwedstrijdprijs,
nu de Gedichtenwedstrijdprijs die, zoals zij zelf schrijven,
“voor (amateur) dichters” is. De Turingtest winnen is makkelijker
als het gesprek in een arme taal is of in de rijkste,
die voor de meeste (in strikte zin, voor alle) mensen
te moeilijk is. Voor de machine is enkel moeilijk wat daar tussenin is,
een gesprek met wie ik lang niet gezien heb
of een gedicht dat voor mij uit loopt
en plaats voor mij maakt. Zoals een muzikant, schuin achter een ander,
enkel luistert of het zijn beurt wordt? Ik ben niet goed in solidariteit,
al vraag ik eerlijk met wie dan niet – “zo doen”,
zoals ze in Groningen zeggen (of tegen mij zeiden) om te vragen
of het alles is. Zoals wanneer de een na de ander opstaat
alsof hij beter wil kijken, omdat iemand zijn muziek maakt,
nog iets om wanhopig en blij tegelijk over te zijn. Voor mijzelf vraag ik enkel
om dat waarover een ander kan denken dat hij het zou willen kunnen,
maar op zí??n manier. What are the chances? Zoals wanneer twee
elkaar vragen: “met hoeveel was jij?” en ze zeggen allebei
hetzelfde getal. Het is maar een schatting die nergens op berust,
zoals een willekeurig getal gekozen door een machine
die beloofd heeft dat geen getal iets met het vorige te maken heeft,
maar waarom ik vraag is enkel een privilege
dat een toeëigening van meerwaarde is waarvoor ik niet veel hoef te doen
en ik vraag of er niet een ander woord is voor solidariteit
die níét een mogelijkheid tot uitbuiting oplevert,
zoals wanneer ik er belang aan heb dat wie hetzelfde aanbiedt als ik
daar een hoge prijs voor krijgt,
of het tegenovergestelde, om zich tegen uitbuiting te verweren,
wat ten minste vanuit één gezichtspunt hetzelfde moet zijn,
om iets van het verschil terug te nemen tussen
hoe belangrijk iets gevonden wordt en hoeveel er voor over gehad is,
wat zo fatsoenlijk is als kan, maar ik vraag
om een ander woord. (Iemand vraagt mij over iets
zoals rechtvaardigheid.) Ik ben zo blij dat sollicitatiebrieven
niet meer handgeschreven zijn (en als vertaald door wat moeite heeft
te onthouden wat na de nacht komt) en ik ben zo blij
dat ik niets meer met de hand hoef te schrijven,
behalve heel zelden voor de klas, op het bord, en ze denken dat het een grap is
ómdat ze het niet kunnen lezen, ik doe dat al zo lang,
ik reken erop. Sollicitaties op wat? Een leerstoel vergelijkende
of onvergelijkende poëziegeschiedenis? Dat is toch helemaal niet mijn vak,
waarom zit ik in de commissie? Omdat er zoveel haast was
en het al avond was en ik was als enige nog waar ze zochten,
enkel omdat ik daar een paar weken geleden
iets had laten liggen? Als er uitbuiting is wanneer er iets is
waarvoor ik meer over zou hebben
als ík moest beslissen of het er wél of niet was,
kan ik vragen (alsof ik om wat dan ook kan vragen)
of er een samenleving is waar niemand is die niet minstens één ander
op die manier uitbuit. Iemand vraagt mij
over solidariteit (alsof hij gehoord heeft dat waar ik ben
ik geen beslissingen mag nemen uit eigenbelang,
wat ook betekent: niet uit solidariteit
tussen mijzelf en over wie ik beslis). Een gesloten samenleving
is niet een waarin iedereen thuis zit,
misschien een waarin iemand niet kan kiezen met wie hij solidair is
en wie met hem?

2020


Het gaat goed met de Nederlandse poëzie, want ter gelegenheid van de herdenking van 4 en de viering van 5 mei zijn er zelfs opdrachten uitgeschreven om daar met gedichten bij stil te staan. 
Trouw vroeg Lieke Marsman (1990) een 4 mei-gedicht te schrijven. Het prijkt vandaag op de voorpagina (lees hier). En debatcentrum De Balie en het Amsterdams Comité 4 en 5 mei schreven een (open) opdracht uit rond het thema ‘open samenleving’.

Het persbericht van 8 april:
De Balie en Amsterdams 4 en 5 mei-comité doen in aanloop naar Bevrijdingsdag een oproep aan schrijvers en kunstenaars. Onze wereld zit op slot. Ook kunstenaars, die vaak vernieuwing, troost en beschouwing brengen, zitten thuis. We vragen hen in deze uitzonderlijke tijd een idee in te sturen over onze OPEN samenleving. De coronacrisis vraagt om een frisse blik op hoe we met elkaar willen samenleven. Om kunstenaars te ondersteunen en toch te kunnen lezen, horen en zien, verstrekt Amsterdams comité 4 en 5 mei aan negen kunstenaars een geldbedrag om hun idee uit te werken.
Een jury, bestaande uit Andrée van Es (Amsterdams 4 en 5 mei-comité), Yoeri Albrecht (De Balie), Nadia Moussaid (VPRO Mondo), Joost de Vries (De Groene Amsterdammer) en Rein Wolfs (Stedelijk Museum Amsterdam) kiest daaruit drie winnaars. […]

Kunstenaars en schrijvers worden opgeroepen om tot en met 14 april hun idee voor een gedicht, essay of kunstwerk met als thema OPEN in te zenden. De Balie en Amsterdams Comité 4 en 5 mei maken een selectie uit alle inzendingen. Amsterdams Comité 4 en 5 mei verstrekt betaalde opdrachten aan negen kunstenaars in drie categorieën: (1) Poëzie en Spoken word, (2) Essay (1500-2000 woorden)en (3) Beeldende kunst (en performance).
Op 16 april maken we de selectie van negen kunstenaars bekend, drie per categorie. Het Amsterdams 4 en 5 mei comité verstrekt € 750,- (poëzie en spoken word), € 1.500 (essay) en € 1.500 + € 750 materiaalkosten (beeldende kunst) per kunstenaar of maker om het idee uit te werken tot en met 29 april. Een professionele jury kiest vervolgens per categorie één winnaar. […]


Kunstenaars kregen dus tot 14 april – ruim een week – de tijd hun ideeën op te sturen en meer dan vijfhonderd van hen maakten daarvan gebruik: zo’n honderd dichters-performers, honderd essayisten en ruim driehonderdvijftig beeldend kunstenaars. Negen van hen kregen geld en (twee weken) tijd om hun idee verder uit te werken. Op 1 mei maakte de jury de 4 (en niet 3) winnaars bekend:

Alle negen inzendingen waren van zeer hoge kwaliteit. De uitgewerkte ideeën inspireren, geven stof tot nadenken en ontroeren. Ieder op hun eigen manier geven ze uitdrukking en vorm aan de situatie waarin we ons vandaag de dag bevinden. Tegelijkertijd waren alle inzendingen zo eigen en verschillend van vorm en stijl, dat ze haast niet te vergelijken zijn. Het was absoluut geen makkelijke keuze, maar toch heeft de jury unaniem besloten om 4 winnaars aan te wijzen: Navid Nuur (beeldende kunst), Ties Dams (essay), Nachoem Wijnberg (poëzie) en Adriana Ivanova & Danique Jaspers (spoken word).

Haar specifieke toelichting op de inzendingen Poëzie en Spoken Word:
De inzendingen in deze categorie […] waren zo verschillend van aard dat ze eigenlijk niet met elkaar te vergelijken zijn. De jury kwam tot de conclusie dat de kunstvormen Spoken Word en Poëzie dermate anders en eigen zijn dat vergelijkingen maken inhoudelijk te ondoenlijk is. Daarom heeft de jury besloten de twee categorieën apart te behandelen en ook in ieder categorie een winnaar aan te wijzen. Nachoem Wijnberg in de categorie ‘Poëzie’ en Adriana Ivanova & Danique Jaspers in de categorie ‘Spoken Word’.


Adriana Ivanova



En over die afzonderlijke bijdragen:

Het gedicht van Nachoem Wijnberg (1961) vat de complexiteit van de huidige situatie het beste samen en zet op allerlei manieren je hersenen aan het werk. Het werk zet je keer op keer aan tot nadenken, de zinnen choqueren en prikkelen. 
De woorden van Adriana Ivanova (1986) zijn urgent en ze deelt rake klappen uit. Haar poëzie is communicatief helder en beschrijft een herkenbare situatie die we nu allemaal ervaren.

Architectuur van het vrije lichaam

[Kijk en luister hier]


de straten slapen
maar binnenin ons bruist het
in ons woekert een landschap
aan verlangen, een landschap
dat naar leegte luistert

want waar we doorgaans in ander-
mans armen
naar nieuwe werelden zoeken
hebben we nu enkel de
eigen plooien en hoeken

en toch zijn de mogelijkheden
groter dan je denkt
het lichaam een instrument
de geest kent geen grens
als je op dezelfde plek blijft staan
kun je eigenlijk overal heen gaan

wellicht kunnen we
nu er uren zijn om te rekken
wat van onze onverteerbare gedachten
als onkruid uit onze hersenkieren trekken

daarna misschien enkele zere
plekken op ons lijf in slaap zingen
(vooral de plekken die nog rouwen)
zodat zich ook daar op den duur
vergezichten kunnen ontvouwen

alles wat we in ons hoofd vormgeven
valt met de minste bewegingsvrijheid
te beleven

wie het eenmaal doorheeft
reist dus makkelijk van
ruis naar roes
zonder de rationele vrees om
door heimwee te worden verwoest

want straks kunnen we weer voelen in uitroeptekens
zijn er weer aanrakingen om ons aan te laven
straks hoor je ons aan naasten en vreemden vragen:
weet je nog
toen de waanzin van de wereld
zichtbaar werd?

maar voorlopig slapen de straten
en blijft het binnenin ons bruisen
omdat er steden
zeeën
sterrenstelsels
in ons hoofd huizen

Archief 2020