Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse (maar soms toch weer iets vakere) rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar
de inhoudsopgaven van 2020-1 (A t/m M), 2020-2 (N t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 17 - 31. [5/6] Delphine Lecompte: Foute poëzie

donderdag 30 april 2020

Eerst en vooral: mijn welgemeende excuses voor de misleidende kop. Die moet natuurlijk luiden: “Lieve dichters, schrijvers, muzikanten, acteurs, operazangers, minderjarige fagottisten, necrofiele tegelleggers, incestueuze imkers, Bulgaarse laminaatverkopers, sjamanistische touwslagers, bipolaire garnalenpellers, houd uw coronamisbaksels voor uzelf!”

We zijn dus in de greep van een kinderachtig virus en moeten zoveel mogelijk binnenblijven. Voor mij verandert er niets: isolatie, armoede en ontreddering zijn reeds vier decennia de hoofdingrediënten van mijn bestaan. Dat mijn promiscuïteit en kleptomanie voorlopig op een laag pitje staan vind ik jammer, maar ze komen wel terug (with a vengeance).

Maar ik merk dat veel mensen die verslaafd zijn aan aandacht en applaus en complimenten over hun weelderige haardos en/of excentrieke kledingstijl het nu heel moeilijk hebben. Ik zal mijn pijlen richten op de dichters, omdat ik er zelf een ben. (Nota bene: de listige redactie heeft me gevraagd om namen van Nederlandse dichters te noemen, maar het leven is al moeilijk genoeg zonder semi-invloedrijke vijanden zoals Ingmar Heytze, Martje Wijers, Dean Bowen, en vooruit… Erik Jan Harmens.)

Er bestaan twee soorten dichters: een goede soort dichters en een verwerpelijke soort dichters. De goede soort dichters schrijft in een kleine beschimmelde huurwoning uiterst rauwe ziekelijke subversieve gedichten over zijn/haar ouders en over zijn/haar perversies. Buiten staat een imbeciele vogelwichelaar te kwijlen op de vensterbank.
De goede soort dichters vindt ambitie een lelijke woord, kentThe Ancient Mariner uit het hoofd, smacht om half tien ’s ochtends naar die eerste slok vermouth, weet niet wie de Cees Buddingh’-prijs 2019 won, zit niet op sociale media, en mikt niet op de lach van het publiek, want de goede soort dichters schrijft niet voor een publiek. De goede soort dichters schrijft om gered te worden van zichzelf. De goede soort dichters heeft drie dermatologen, zeven drugdealers, en vijftien ontmoedigde psychologen.

Dan de verwerpelijke soort dichters: de verwerpelijke soort dichters bevindt zich op een podium, verbluft het publiek met holle nietszeggende pseudofilosofische pamfletten, gebracht met zo veel branie en zelfvertrouwen dat het niemand in het publiek kan kwalijk worden genomen even verbluft te zijn (tot de voordracht voorbij is en het publiek beseft: geen enkele regel is me bijgebleven, geen enkel beeld heeft me getroffen), de verwerpelijke soort dichters schrijft zijn vulgaire studentikoze misbaksels in functie van een optreden, de verwerpelijke soort dichters heeft bijna altijd een geliefde met een conventionele job, een groot huis, een financieel vangnet, Ierse setters met stamboom, en over het paard getilde kinderen.

De verwerpelijke soort dichters heeft drie kleermakers, zeven pooiers, en vijftien glunderende impresario’s. De verwerpelijke soort dichters is een opportunistische burgerman die zich op het podium voordoet als schuimbekkende anarchist. De verwerpelijke soort heeft het momenteel erg moeilijk: alle podia zijn tijdelijk opgeheven. Wat nu?!
Wel, er is helaas het internet, en dus kan de verwerpelijke soort dichters onder het mom van verbondenheid en zorgzaamheid zijn/haar corona misbaksels de wereld in sturen. Mag ik u vragen om die misbaksels niet te lezen? Mag ik u vragen om (bijvoorbeeld) de prachtige gedichten van Koenraad Goudeseune, Mark van Tongele, of Annemarie Estor te lezen?

En dan zou ik graag eindigen met een welgemeende fuck youaan de geriatrische kwal Neil Diamond: niemand zat te wachten op een coronaversie van je melige snertnummer Sweet Caroline! Gelukkig kwam er net op tijd soelaas van het geriatrisch baken Bob Dylan. Die bracht twee weken geleden een nieuwe single uit: Murder Most Foul, een nasale par(ab)el over de moord op JFK.

En dan ga ik nu een niet-essentiële verplaatsing wagen naar de Annuntiatenstraat nummer 13, waar mijn nieuwe geliefde (Frank, de voormalige vrachtwagenchauffeur) woont en waar hij mij in de watten zal leggen met zijn vredespijp en met zijn zeeflepel. Wellicht zal ik tijdens die niet-essentiële verplaatsing het zakhorloge van een dementerende orgeldraaier stelen, en de marsepeinen ringstaartmaki van een morbide leeuwentemmer, en de pluchen kerkuil van een roodharige betonvlechter met te veel noten op zijn zang. Na de seks zal ik een gedicht schrijven over de analfabetische jongenshoer, de norse lamaverzorger, en de bedeesde zeepzieder. Er zullen okapi’s, masturbatie met een diepvrieskreeft, op hol geslagen waarzegautomaten, brandstichtingen en kannibalisme in voorkomen. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.


2020


Gisteren schreef ik in deze rubriek over het Corona-nummer van DICHTER. Delphine Lecompte schreef op verzoek van NRC-Handelsblad een opiniestuk over zulke Foute poëzie. Want, zo schrijft zij (10 april): Lieve dichters, houd uw coronakunst voor uzelf! Verwerpelijke dichters die nu zorgzaamheid uitdragen, kunt u beter niet lezen.






Dit is haar NRC-bijdrage. Hoort dit proza thuis in het Logboek in plaats van in deze poëzierubriek? Nee, want als we haar gedichten verhalende poëzie noemen, dan is dit dichterlijk proza. En veel verschil valt, althans in haar geval, tussen die genres niet te ontdekken. (Lees maar eens hier.) Dezelfde ingrediënten, zoals haar zelfspot, de uitweidingen, de privéontboezemingen over haar leven met onder anderen de voormalige vrachtwagenchauffeur en haar vaste personages als - en ik houd me nog in: minderjarige fagottisten, necrofiele tegelleggers, incestueuze imkers, Bulgaarse laminaatverkopers, sjamanistische touwslagers en bipolaire garnalenpellers.

Archief 2020