Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover. Geschreven vanuit mijn levensmotto: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

-----

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 20202019, 20182017 en 2016.

Week 51 - 362. Dorien Dijkhuis: Feest

zaterdag 28 december 2019

het begon met de woorden van de wiskundedocent
‘de kans is minimaal dat u hier bent, gaat u gerust
de opties na:

één voorvader het echtelijke berenvel ontzegd
één dansavond om verstuikte enkel afgezegd, één
postkoets overvallen of van klif gestort, één grootvader
die níet ternauwernood zijn ware tussen de
annonces in het Sallands Dagblad vond

om maar te zwijgen van de haai, bacterie, vallende
piano op zijn pad, de maniak, gek, wegpiraat

de kans dat u er bent, kortom, is onbestaand
verwaarloosbaar, laat staan – en met een weids
gebaar omarmde hij de hele klas – u allemaal’

ik denk dat dat de druppel was
we verlieten zwijgend het lokaal, persten voeten
in te kleine schoenen, stiftten lippen, bliezen
ballonnen, hingen slingers op, we vierden feest

we zijn hier niet, we zijn hier
nooit geweest

2019


Nog maar vier dagen te bespreken en het jaar valt om. Dat vraagt om een weloverwogen keuze uit de onbesproken bundels die op de leestafel om laat-2019se aandacht vragen. 

 



Vandaag over Dorien Dijkhuis’ debuut Waren we dieren. Juli 2017 nam ik al een gedicht van haar op, dat me opviel in een literair tijdschrift, tussen het werk van ook veel andere dichters. Dat gedicht, Goede reis, is in gewijzigde versie in Waren we dieren opgenomen. (Lees hier die vroege versie.

Beeld: Mariëlle Gebben

 

Die nieuwe versie van dat gedicht is beter, want met nog minder woorden weet ze weer meer te zeggen. Dat is de kracht van haar poëzie: niet vertrouwen op de kracht van de taal – dwingend rijm, strak metrum en gezochte ambiguïteit die zich tegen het gedicht kunnen keren –, maar uitgaan van schijnbaar achteloze gekozen, maar zeer treffende beelden. Ter illustratie het titelgedicht:


Waren we dieren

we zouden weten hoe ons in elkaars bijzijn te gedragen
ons niet voortdurend hoeven afvragen waar we
onze handen moesten laten

heel natuurlijk elkaars blik ontwijken, soms
kort met onze ogen knijpen om dan weer nonchalant
langs elkaar heen te kijken

we zouden weten: staren is
je willen meten

we zouden onze tanden niet hoeven ontbloten om sympathieker
over te komen, onze handen niet naar elkaar uit hoeven steken
om te tonen dat we ongewapend komen

waren we dieren, we zouden mateloos zwermen
we zouden leven als de spreeuwen: samen
alleen

Archief 2019