Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Met ingang van 1 januari 2020 schrijf ik niet meer dagelijks,
maar wekelijks en laat ik de nummering weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 51 - 360. Delphine Lecompte: De...

donderdag 26 december 2019

De Litouwse voddenraper haalt herinneringen op terwijl de verdorven sponzenverkoper verdiend verdrinkt

De Litouwse voddenraper zegt: ‘Toen ik klein was kon ik de wereld aan,
Nu ben ik hulpeloos als een baviaan in een dierentuin met schrikdraad.’
Ik zeg verstrooid en ongeduldig: ‘Ja ja…’
Ik heb mijn eigen katten te geselen, eigenlijk slechts 1 kat
Een kater: mijn diepe verlangen naar de bedeesde zeepzieder.

Ik verlang ernaar om tegenover hem te zitten aan de keukentafel
En vertederd toe te kijken wanneer hij een potje ananasyoghurt naar binnen lepelt
Ik verlang ernaar om naast hem te liggen in de tuin van de gierige oogarts
Het is nacht en zijn kennis van de sterren is magisch kinderlijk hartverscheurend
Ik verlang ernaar om hem de discotheek te tonen waar ik een struisvogelkweker heb vermoord
Hij probeerde me te penetreren met een gebroken caleidoscoop, de discotheek heette Beetlejuice.

Ik verlang ernaar om te stikken in rijst en op het nippertje gered te worden
Door de bedeesde zeepzieder, wanneer hij me redt draagt hij een fuchsia hemd
Daarna volgen nog: cashewnoten, radijzen, varkenskoteletten, bloedworst, prinsessenbonen,
Mattentaarten, preskop, briekaas, rozijnen, peren, ontbijtgranen en marsepeinen ezeldrijvers
Steeds hetzelfde fuchsia hemd, een groot stuk borst zichtbaar, twee belachelijke mannentepels.

De Litouwse voddenraper zegt: ‘Toen ik klein was wilde iedereen mij aanraken,
Vooral bulderende meubelmagnaten. Dan kregen mijn ouders geld achteraf.
Vooral mijn moeder hield van geld, maar ik zag haar enkel boter en goedkope hoeden kopen.’
Ik herhaal: ‘Boter en goedkope hoeden.’
De Litouwse voddenraper zegt: ‘Ik was het verrukkelijkste kind van Litouwen,
Een volle zes maanden. Daarna was Ilja Slivavonitsj het verrukkelijkste kind van Litouwen.’

Mocht het iemand interesseren: we zitten in de kantine van het zwembad
Beneden wordt er geplonsd en gekronkeld en geflirt en gecorrumpeerd van jewelste
Ik zeg: ‘Mensen zijn ellendelingen, maar hun genitaliën passen nu eenmaal in de mijne.’
De Litouwse voddenraper zegt: ‘Jouw probleem is dat je niet in Litouwen werd geboren.’
‘Ja, daar heb je een punt. Of is dat een anglicisme?’

De Litouwse voddenraper weet het niet
We verzinken in gedachten
We denken aan onze heerlijke kindertijd
We werden begeerd en onze moeders konden boter en goedkope hoeden kopen
Soms werden we te woest begeerd, maar we hadden de veerkracht om zwijgend af te zien.

Beneden verdrinkt een verdorven sponzenverkoper
Hij heeft eens een sledehond vergiftigd, gewoon als experiment
Er worden lamlendige pogingen ondernomen om het leven van de sponzenverkoper te redden
De Litouwse voddenraper zegt: ‘Ons probleem is dat we volwassen zijn
En nooit meer bulderende meubelmagnaten naar onze aarzen kunnen lokken.’
De verdorven sponzenverkoper sterft, maar daarmee krijgen we de sledehond niet terug.

2019


Beeld: Thomas Sweertvaegher


Bovenstaand gedicht is de proloog van Vrolijke verwoesting, de nieuwe dichtbundel van Delphine Lecompte. Daarna volgen er nog ruim honderdertig gedichten, alle dichtbevolkt met honderden personages.




Lecompte: Ik ben op dit moment de drukproef van de nieuwe bundel aan het nalezen. Plompverloren kom ik dan mijn nonkel Samuel tegen die in de Kongostraat woont en die mij misbruikt in een gedicht. Dat is in werkelijkheid nooit gebeurd, voor alle duidelijkheid. Maar ik heb wel een nonkel die Samuel heet en in de Kongostraat heeft gewoond. Dat worden weer moeilijke familiefeesten.”

Citaat uit een interview van Danny Ilegems (18 augustus jl.) ter gelegenheid van het verschijnen van die nieuwe bundel, Lecomptes zevende. Zij schrijft, zo lezen we daarin, haar gedichten in de roes van drank en drugs. En waarom ze gebruikt en waarom ze dicht: ‘Ik ben ongelukkig omdat mijn ziel mismaakt is. Dus Schrijven en drinken. Wat moet ik anders?

Ik schreef al vaker over Delphine Lecompte: in 2017 (lees hier en hier en hier en hier) en dit jaar (lees hier en hier en hier). Reden om me nu te beperken en te verwijzen naar Ilegems prachtige interview in De Morgen. Lees het hier.
Daarna begrijp je ook de opdracht voor in de bundel: Aan mijn Hollandse broer Jeroen van Kan, de diep beminde.

Archief 2019