Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Met ingang van 1 januari 2020 schrijf ik niet meer dagelijks,
maar wekelijks en laat ik de nummering weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 51 - 357. Bert Van Raemdonck: Bilzweet

maandag 23 december 2019

De zin zegt zelf hoe hij het liefste wil beginnen
en wij doen hier niets anders dan die woorden 
in een koor van Griekse klanken samen laten zingen 

Wij kunnen alleen luisteren en wuiven 
en alle grijze Honda’s tellen,
gehoorzaam op de achterbank, met zweet tussen de billen 
plakkend aan wat lijken moet op een soort koeienleer 

Een poedel aan de voeten en de adem van je oma
die alles over vroeger en de mensen uit het oude Zingem 
nog eens probeert uit te leggen 

Zo kijken wij hoe door het raam van deze rode Simca Talbot 
lantaarnlicht een streepjescode seint
in een plafond vol kaas met hele gore gaatjes,
zo doden wij de tijd 

En aan de horizon is er een Nederland
waar je met pudding in twee kleuren aan kinderen uit kan leggen 
hoe apartheid ooit en bijna doodgewoon 
vanachter op een bus begon 

Wij breken onze tong in twee gelijke delen, 
één doet er wat de zin zo graag wil zeggen, 
één sluit het lied abrupt af
met een gong

2018


Ik kende Bert Van Raemdonck (1977) van dit gedicht (met een paar woorden minder en over een paar regels meer) uit Het Liegend Konijn (aflevering 2018/1), dat heerlijke halfjaarlijkse tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie. 
 



Bilzweet is genomineerd voor Poëzieprijs Melopee, die, sinds 2009,elk jaar het meest beklijvende oorspronkelijke Nederlandstalige gedicht bekroont dat het voorgaande jaar (nu dus 2018) verscheen in een van de geselecteerde Vlaamse literaire tijdschriften (zowel op papier als online). De professionele jury selecteert er elk jaar 21 en de winnaar, die binnenkort bekend wordt gemaakt, krijgt € 2.500,- 
Een van de eerdere winnaars is de dichter die Van Raemdonck de afgelopen dagen voorging, zijn landgenoot Peter Verhelst. Die won dus nog meer prijzen dan de daar al genoemde.

En ik kende Van Raemdonk van Misty en de lipstick van haar mama, dat (eveneens in iets andere versie) in 2017 was geselecteerd voor de Turing Gedichtenwedstrijd en in de daarvan verschenen bundel staat afgedrukt. Turing bekroont het beste Nederlandstalige gedicht van het jaar en staat open voor zowel professionele dichters als amateurs. Het doel van de wedstrijd is om meer mensen in Nederland en België te inspireren en te enthousiasmeren voor poëzie. Ook deze prijs bestaat sinds 2009, maar is financieel heel wat interessanter: de nummers een t/m drie ontvangen respectievelijk € 10.000,-, € 5.000,- en € 2.000,-.

Zowel Bilzweet (en de twee andere in Het Liegend Konijn opgenomen gedichten) als Misty (waartoe het gedicht in de bundel is verkort) intrigeerden me en dus kocht ik Hier raken we mij kwijt, zijn debuutbundel, meteen toen ik die bij het nieuwe werk in de poëziekast van de betere boekhandel – moest dus wel Heinen of Donner zijn – zag staan. 

 




De achterflap wekt ook verwachting:
Terwijl de straten buiten luid in brand staan, merkt niemand op dat er zich intussen ook een ijskoud gif verspreidt. Het kruipt naar binnen langs de plinten, tast ons brood aan, nestelt zich 's nachts in ons bed. Het gebeurt in alle stilte. We zouden iets online kunnen bestellen. We kunnen elkaar wakker houden, wachten en onszelf laten verzwelgen. Maar dan verliezen we onszelf. Dan raken we ons kwijt.

Maar na dit lange intro moet het hoge woord er maar uit: de debuutbundel van de dichter en literair criticus valt me tegen. Zijn humor is te vaak in deze melige stijl: Kanker die je voor 10 uur bestelt, leveren wij morgen aan de deur. De titels zijn erg gezocht: westveld, nachtwacht, wrokgolf, meeuwzweet, boswijn, ijstijd, huishout, troostbrood, leeggang, trampaard en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ja, bilzweet dus ook. Judith Herzberg kiest voor die tweelettergrepigheid als titel van haar bundels, maar toch niet bijna elk gedicht hoeft zo gekozen! En de inhoud – een stortvloed aan anekdotes – is niet een keer zo boeiend of verrassend als die achterflap belooft.

Maar deze rubriek heeft nog maar negen dagen van 2019 over, tel ik en laat ik die vooral besteden aan wat ik wèl mooi vind. Morgen verder.

Ik sluit af met het al genoemde gedicht Misty:


Lisa zegt
dat Misty’s mama ‘s nachts alleen op stap gaat – 

Dat de warmte haar hier loom en moe maakt
en ze giechelt met haar beide handen voor haar mond
omdat ze dat eens in een Franse film
een vrouw van onbestemde leeftijd heeft zien doen
toen ze de motor van haar Peugeot voelde grommen
en ze wist maar al te goed waarom er toen verrukking
in haar blik te lezen stond

En ze wou dat alles zwart en wit was
dat de wind zou zingen als hij zich onder haar jurk zou wringen
en elke keer wanneer ze denkt dat ze vanavond heel alleen
tussen de lakens van een grijzig bed zal liggen,
zegt ze dat er vroeg of laat wel iemand
door de draaideur van haar witte huis zal binnenwaaien,
dat haar leven dan pas zal beginnen – 

Lisa zegt
dat Misty’s mama ’s avonds laat de stad doorkruist
maar niemand heeft aan Misty’s mama
iets over de nacht te zeggen

Archief 2019