Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Met ingang van 1 januari 2020 schrijf ik niet meer dagelijks,
maar wekelijks en laat ik de nummering weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 50 - 352. Armando: De zee

woensdag 18 december 2019

Tussen de gulzige bloemen
lag het warme teken lag het lichaam
dat gegraven heeft en
in het zand gesmeten werd.

De tijd is klein geworden.

Het lichaam mocht slechts even leven,
de trein leunt langzaam achterover,
het water drinkt de aarde.

De zee tilt toch de rotsen op.

2019


Op dit moment (en t/m 26 januari 2020) is er, onder de titel Armando in Amersfoort, een grote tentoonstelling rond het beeldende kunstwerk van Armando (pseudoniem van Dirk van Dodeweerd, 1929-2018) in Museum Flehite. Op drie verschillende locaties besteedt het Amersfoortse museum aandacht aan zijn negentigste geboortedag. Een van die locaties is de Elleboogkerk, waar het Armando-Museum was gevestigd totdat een brand, oktober 2007, kerk en werk verwoestte.

Ook verscheen een bundel met zijn nagelaten werk. Van de flaptekst:
Op 1 juli 2018 overleed Armando. Tot vlak voor zijn dood was deze achtentachtigjarige schilder, schrijver en dichter actief. Hij liet niet alleen een collectie schilderijen en tekeningen na, sommige van zeer recente datum, maar ook een map met gedichten en een achttal ultrakorte verhalen. De titel was er al: Toch.




Ook in Toch ligt het geweld op de loer. Bars, strak en streng staan de woorden in het gelid. Ongenaakbaar en onontkoombaar, zoals ook Armando’s beeldende werk. Hijzelf omschreef zijn universum als ‘geweld, gedempt door regels, gekluisterd geweld’.

Bovenstaand gedicht sluit de afdeling gedichten af; daarna volgt nog een aantal korte verhalen. Het woordje toch treft me, daar al alert op door de titel van de bundel. Ook in zes andere (van in totaal veertig) korte gedichten lees je het terug, steeds behoedzaam geplaatst. Niet toch tilt de zee de rotsen op – nee, de oude dichter weet hoe het ervoor staat: De tijd is klein geworden. Voor het lichaam, dat slechts even mocht leven, nu in het zand gesmeten, voor de aarde die het water drinkt, voor de rotsen die de zee optilt. Geen verbazing of verzet (toch tilt de zee…), maar berusting: de zee tilt toch de rotsen op

Archief 2019