Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 45 - 320. Max Greyson: Indicatif présent

zaterdag 16 november 2019

Dat we te vaag zijn werd ons vaak verweten
hoe we schelden om onszelf aan te lengen
dat we verdrinken in een misschien, we weten niet
hoe neen moet klinken om teder te zijn

Het heden heeft geen meervoud
dus zullen wij er altijd zijn, er is niets
wat rijmt met de herfst in haar hoofd

We hebben onszelf op ooghoogte
aan de muur genageld, schikken vergissingen
die we liever tussen onze lippen
hadden verzwegen, uit angst

Voor een leegte na de komma
angst dat onze stem daar langzaam
maar zeker zou vervliegen

Ze huivert wanneer ik ons tot toeval herleid
en vloekt in het wilde weg als ik zeg
onze grootste gave is een gebrek aan helderheid

2019


Abonnees van het poëzietijdschrift Awater krijgen bij elke editie – dus drie keer per jaar – een poëziebundel cadeau. Deze Clubkeuze is geselecteerd door de redactie. Bij het zojuist verschenen winternummer is dat Et Alors van Max Greyson (lees ook hier en hier). Alek Dabrowski en Rob Schouten lichten die keuze toe. Een citaat:

De dichter Max Greyson (1988) komt uit het Vlaamse 'spoken word'-circuit. Dat betekent uiteraard podiumpoëzie en in het geval van Greyson nadrukkelijk poëzie op papier. Eén blik op zijn tweede bundel Et alors (De Arbeiderspers) laat zien dat het hem om de taal zelf te doen is. De titels van de afzonderlijke gedichten en die van de bundel verwijzen naar het Frans, de gedichten zelf zijn Nederlands. Met deze tweetaligheid benoemt Greyson uiteraard een typisch Belgisch fenomeen maar zijn gedichten ontstijgen regionaal-politieke discussies. […]
Achter Greysons stevige, nu eens concrete dan weer naar het abstracte neigende gedichten gaan gedachten over wanhoop, verdrukking en ambitie schuil die je niet gauw loslaten. Dat geldt niet in de laatste plaats voor de afdeling ‘la conjugaison de l'amour’, de vervoeging van de liefde, waarin alle mogelijke 'schijn'-gestaltes en verbuigingen van de liefde aan bod komen, want wat op (inter)nationaal niveau geldt, geldt op de schaal van het persoonlijke: ‘Elkaar kennen is onmogelijk’.

Et alors, en wat nu, is een bijzondere bundel met een krachtige stem en een krachtig eigen geluid waarin niettemin de twijfel en de tweeslachtigheid centraal staat. Echt een bundel van deze tijd.







Ik koos voor twee gedichten uit die genoemde afdeling: La conjugaison de l’amour. Oftewel: de vervoeging van de liefde. Met titels die verwijzen naar de taalkundige vervoeging. Het bovenstaande naar het indicatief: de aantonende wijs, de manier waarop je in taal feiten/handelingen weergeeft. Het onderstaande – Participe présent (= participum praesentis = onvoltooid deelwoord) – naar het moment dat je iets aan het doen bent, terwijl je ook iets anders doet. Voorbeeld: je denkt na terwijl er iets gebeurt. In dit geval: dit overpeizend, terwijl de avond viel. 

Onze grootste angst is elkaar te vatten
te weten waar de huid het weekst is
welke stemtoon het langst resoneert, te weten
wanneer het hoesten en het daveren begint

In het huis rest weinig meer
dan een kreun in de trapleuning
het kraken van een hemelbed

Waar is de vrouw gebleven
die tranen met tuiten huilde
bij de gedachte dat er nooit genoeg tijd zou zijn
om haar herinneringen te rangschikken
van verdrongen naar verzonnen

Achteraf zijn er altijd genoeg leugens
die we hadden kunnen bedenken voor elkaar

Nadat de avond over de balustrade was gevallen
had ik ook kunnen zeggen:
je bent mooier zonder

Archief 2019