Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 45 - 317. Iduna Paalman: Ontvangstbevestiging

woensdag 13 november 2019

Vervolg van gisteren.


Mail gestuurd aan oude liefde
kikkerdril gevonden?
afgewacht.?

De vlier bloeit – vroeger trokken we er siroop van
en dacht ik dat mannenzaad ook zo rook – ergens ligt
iets te rotten, ik krijg geen antwoord maar dat komt?
misschien omdat hij een jonge vader is, de sloot?
leeft, er moet gevoed worden, ik?
sta klaar?

plant zonwerende waterplanten, kijk daar?
in het donker ligt het bol van opgehoopte
dichtgeslibde, afgestompte klompen nieuw bestaan?
beloftevol bubbeltjesplastic?
lensvorming om lensvorming – stripfiguurogen
beloeren mij, gluiperig en geleiachtig
stil is het, misschien brengt hij zijn dochter naar pianoles
bevruchtingen moeten ten slotte de moeite waard
worden gemaakt?

de onvolgroeid groene bessen noppen van haarborstels
reigers trekken nomadisch langs de wallen?
dril wordt zygote wordt larve?

dat wat rotte komt tot leven?
dat wat wachtte wordt gedood.

2019


De achterflap:
Er is nog niets aan de hand. Maar als je de linzen op je bord aanziet voor een ziekte onder de microscoop, begin je toch te twijfelen. De dichter in de poëzie van Iduna Paalman is angsthaas en riskmanager ineen. In haar zinnen spreekt het gevaar je geruststellend toe, maar wat moet je geloven? Kun je de rekenfout uit een staalconstructie halen, liefde vasttimmeren in een nieuw huis, onbezorgd blijven als je naast een sluipschutter zwemt?

Ondertussen wordt het steeds warmer en blijken weilanden, matrassenwinkels en uitgeholde taarten ongeschikte schuilplaatsen. 
De grom uit de hond halen zoekt naar manieren om onheil te bezweren, in voorschriften, sprookjes en dat vreemde vermoeden: dat het misschien wel goed komt.





Angsthaas en riskmanager ineen dus, zoals we gisteren al lazen in het openingsgedicht van de bundel. Het bovenstaande is pas het tweede en dan weten we al veel meer, zoals van haar verhouding met een getrouwde man - misschien brengt hij zijn dochter naar pianoles. Daarover schrijft zij mooie liefdespoëzie:

Inmiddels weet mijn lijf dat het je wil. Het legt zichzelf als
kiezel neer maar blijkt het zand dat lachend in de kieren kruipt.
opstuift, zich met water mengt en hecht. Het houdt ons voor:
in deze tijd van het jaar is aanraken geen belofte maar het verhelpen
van kou. Wij bieden ons naakte lichaam in dekens aan, graven
ons door de nedding, zweren in de kuilen op elkaars borst
de omhulsels af. Is het niet prachtig: vel dat trilt en verstijft. Kijk,
je trui drijft af, je broek, de vissen horen vreemdenbloed stromen,
duiken op vanonder de bodem, het strand leek zich te geven maar
trekt zich al terug.

Iduna Paalman schrijft ook verhalen en
De grom uit de hond halen leest als een roman over het meisje dat zij was, de ouders die zij had en de jonge vrouw die zij werd, inclusief haar angsten en bezweringen dus, die wij, door die terugblikken in haar tijd, steeds beter leren begrijpen. 


Morgen de twee slotgedichten. 

Archief 2019