Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een sinds 2016 dagelijkse en vanaf 1 januari 2020 wekelijkse, maar daarna toch weer iets vakere rubriek met gedichten en gedachten daarover. Het levensmotto blijft: ik ben onderweg om mooie dingen aan te raken.

------

Voor wie een handvat zoekt:
Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar;
met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de 
inhoudsopgaven van 2024-1 (A-F), 2024-2 (G-K), 2024-3 (L-R) en 2024-4 (S-Z),
2023-1 (A t/m K) en 2023-2 (L t/m Z), 
2022-1 (A t/m K), 2022-2 (L t/m Z) 2021-1 (A t/m K), 2021-2 (L t/m Z), 2020-1 
(A t/m K), 2020-2 (L t/m Z), 2019, 20182017 en 2016.

Week 41 - 288. Jacques Vriens: Hotel Sint Lambert

dinsdag 15 oktober 2019

Ik was kind in dit hotel
en mocht elke dag
logeren in mijn eigen huis
samen met handelsreizigers
rusteloze mannen
die aan de leestafel voor
de laatste mop vertelden
terwijl mijn moeder
vanuit de keuken riep:
‘De soep kan door!’

Ik was kind in dit hotel
en voelde me hier veilig
met God naast de deur
en aan de overkant
Het Goedkope Winkeltje

Maar tijd verglijdt
en de stad met dit hotel
werden afgebroken
om opgebouwd te worden,
en goedkoop
duurkoop werd

En toch,
als ik hier binnenga
zitten er nog steeds mannen
aan de leestafel voor
en godzijdank
kan de soep weer door.

2014






Hierboven het groene bord aan het pand van het Helmondse hotel St. Lambert. De eerste regels van bovenstaand gedicht dus. Toen Jacques Vriens zes jaar oud was, in 1952, verhuisden zijn ouders naar Helmond. De familie nam daar hotel St. Lambert over. In het boekje Helmondse Herinneringen (2014) vertelt hij over die hoteljaren, zoals over de verschrikkelijke brand in 1956, waarbij twee mensen om het leven kwamen: Mijn kinderjaren in Helmond bestaan sindsdien uit twee hoofdstukken: vóór de brand en ná de brand.

Voor verdere toelichting: lees hier.

Archief 2019