Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 39 - 278. Bert de Haan: Veur de Veenprinses

zaterdag 05 oktober 2019

De leste dage bin k an t trekn
met n pröttel van mien moo
Ik leaze oalde kaartn,
bekieke miej ne video:

In n optoch löp t haalve doarp,
met t muziek der biej,
veurlangs de huze an t kanaal
tot oew vaar zien' boerderiej

Kort veur den optoch bin iej
reukeloos van t hoes egoan
Nog zee k oe deur t vitrazie hen
biej t kamerreamken stoan

Noe wil ik stiekem dat t weer
n moal as vrogger wean zal,
toe'w mangs noa melknstied
wat vriejn deudn in n stal

Wiej warn neet van de zölfde karke
doarum hef t niks länger doerd:
toen oew vaar der achter kwam
hef e rap oe vortbonsjoerd

En al he'k oe nooit weerum ezeen
hoo a'k ok zochn in stad en laand,
noadat ik dee video zag
stoa'j miej weer in t oog ebraand 


Gedicht uit Enschede en ik ga het niet vertalen, want het is goed leesbaar voor iedereen. 
In zijn woonplaats overleed woensdag jl. (als ik dit schrijf, is het maandag 19 augustus) schrijver-schilder Bert de Haan, pas 68 jaar oud. Drie weken eerder was hij in het ziekenhuis opgenomen. Met zijn ziekte – hij leed aan Parkinson, waarover hij ook een boek schreef – heeft hij twintig jaar geleefd, maar inmiddels was hij erdoor gesloopt. Quinta de Haan, met wie hij vijftig jaar samen was: “De laatste week in het ziekenhuis gleed hij weg en is vredig ingeslapen. Het is goed zo.”




Foto: Carlo ter Ellen



De markante persoonlijkheid  - altijd met een hoedje op, een sjaaltje om en honderden gedichten in het hoofd om te kunnen declameren, vooral die van Willem Wilmink! – was veel in het stadscentrum te vinden. Toen het niet meer met de fiets ging, kwam er een bakfiets en uiteindelijk kocht hij een stepje. Jammer voor hem dat hij het niet tot stadsdichter schopte. Quinta de Haan: “Dat heeft hij wel heel spijtig gevonden. Bert was dol op aandacht, stond graag met zijn snufferd vooraan. Hij zou dat wel heel mooi hebben gevonden. Maar hij zou dat de laatste jaren lichamelijk ook niet meer aangekund hebben.”

De Haan – van oorsprong reclameman - laat een schat aan gedichten en schilderijen achter. Lang niet alles is gepubliceerd. De Haan: “Zijn computer zit nog vol met gedichten en ideeën. Vlak voor zijn dood is hij nog begonnen aan een nieuw boek. Tot op het laatst was hij nog druk met allerlei plannen. Het was die vijftig jaar nooit saai.”

Gedicht uit Enschede en ik ga het dus niet vertalen, want het is goed leesbaar voor iedereen. Nou, misschien op een van de mooiste Twentse woorden na: in de eerste strofe staat pröttel en dat betekent rommel. Gaat dus over de dichter die rommel van zijn moeder opruimt en op een video zijn jeugdliefde terugziet. Maar toen de boer erachter kwam dat zijn dochter vrijde met een jongen van een andere kerk, is zij van de ene op de andere dag uit huis gestuurd naar een voor hem onbekende bestemming.

Nooit heb ‘k je nog ontmoet sinds die dag
hoe ik je ook zocht in stad in land,
maar je bent, sinds ik die beelden zag,
nu voorgoed op m’n netvlies gebrand.

Toch vertaald.

Archief 2019