Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 36 - 254. Frans Kuipers: Hoe ouder

woensdag 11 september 2019

Hoe ouder hoe kleiner het werelddeel,
tot kamer en bed gekrompen bij velen,
tot een bord pap bij anderen en verder nog:
pap en bord en alle begrip voorbij.

Het sterft van de verloren dromen hier.

Teruggekeerd laatst zoals de meesten doen,
het huisje aangegaapt, rondgedwaald,
in het gras gelegen,
niets is gebleven, alles is er nog,
paardenbloem, ereprijs, dovenetel,
zaadpluizen door de wind hun plek gewezen,
alles is er nog, niets is gebleven.

Het sterft van de verloren dromen hier.

Ome G., in bloedvlekkenschort,
alle ramen van de keuken beslagen,
stond een hele avond zult en balkenbrij
van een varkenskop te maken.

Ome L. zong op de familiefeestjes. Als de stemming
vrolijker en vrolijker werd, zijn verlegenheid
door bier en jenevertjes verdreven, klom hij,
na het zoveelste verzoek van de ooms en tantes,
op een stoel, soms ook op tafel, voorzichtig
manoeuvrerend op zijn sokken tussen de glaasjes,
om ten gehore te brengen liederen uit het leven gegrepen.

Al lang dood die ooms en tantes.
Wie kent nog – klapstuk uit het repertoire van L.,
uit volle borst op de familiefeestjes meegezongen,
stemmen door jenevertjes gesmeerd, door luid gestamp
van voeten begeleid – dit oude liedje:

          De kist is ien de kuil gezakt -
          Boem!
          Een schip met eerd er op gesmakt -
          Boem!
          Geen preek op riekdom, liefde en roem
          leert mien zoo veul as dâ: boem! Boem!

2019

De laatste strofe is een kwatrijn (en dus met Boem! aan de eerste en tweede regel vast) van Pater Bernhard van Meurs, te vinden in Kriekende Kriekske. Betuwsche verzen, uitgegeven door de R.K. Boek-Centrale in 1917. Hoe ik eraan kom, weet ik niet meer, maar er zullen ook in R.K. Brabant tienduizenden exemplaren van de uitgave hebben gecirculeerd.



Frans Kuipers (1942) komt ook uit Brabant, namelijk uit Vught. Hij werd een beroemde dichter toen Gerrit Komrij in 2004 negen gedichten van hem opnam in de laatste editie van zijn bloemlezing De Nederlandse poëzie van de 19de tot en met de 21ste eeuw in 2000 en enige gedichten. Komrij’s opvolger, Ilja Leonard Pfeijffer, gunt hem in 2016 nog maar één gedicht. Ten onrechte, want Kuipers is een goede dichter.





Onlangs verscheen zijn veertiende bundel, getiteld Alles waait, met daarin bovenstaand gedicht en de keuze voor morgen

Archief 2019