Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 36 - 251. Bette Westera: Een beetje boos...

zondag 08 september 2019

een beetje boos mag best

niemand wordt blind voor verkeerdheid geboren.
onrecht bestaat, ook als niemand het ziet.
blijf je gelaten, dan ben je verloren,
word je wanhopig, dan kom je er niet.

maak je maar kwaad om bedrog en om leugen.
boos om getreiter, gesar en gepest.
word maar eens woedend op lui die niet deugen.
kwaad is niet goed, maar een beetje mag best.

2018




Indrukwekkende bundel die hier al even ligt: een beetje boos mag best.

Paula Irik is geestelijk verzorger in een Amsterdams verpleegtehuis voor dementeren. Week in, week uit tekende zij de verhalen op van vier heel verschillende bewoners: (a) de lesbische vrouw die hoorde bij de eerste lichting vrouwen die koos voor de politieschool en jarenlang met hart en ziel en een groot gevoel voor rechtvaardigheid werkte bij de Vreemdelingendienst; (b) de violist die met zijn instrument op de motor door Europa trok, toen een vrijbuiter, maar inmiddels een heel gelovig man; (c) de ras-Amsterdamse, geboren in een arme buurt en grootgebracht met de Bijbel en het levenslied, die als kind al moest gaan werken (als naaister) en nooit luxe heeft gekend; (d) de man die altijd kwam met verhalen over de verschrikkingen van de tweede-wereldoorlog, over het Frederiksplein van zijn kinderjaren en de liefde voor zijn ouders.

Vier personen in hun (bijna) laatste fase van dementie. Irik, in haar nawoord:
Hun verhalen zijn uiterst broos en behoeven behoedzaam, hoopvol en nieuwsgierig benaderd te worden. Ze liggen niet voor het oprapen, je moet schatgraven. 
Ze is die verhalen Dementees gaan noemen. Irik:
Een taal zonder omwegen, beeldend en klankrijk, vol zeggingskracht en verrassende schoonheid, die nu eens door merg en been gaat, dan weer een lange neus maakt naar de harde feiten. Het is taal om op terug te vallen als niets anders het meer doet. Vloeibare taal die je niet in de hand hebt, die beweegt en uitnodigt om mee te bewegen. Als poëzie.

De composities die zij samenstelde uit die verhalen kwamen vervolgens bij jeugddichter Bette Westera (lees ook hier en hier en hier) terecht en zij maakte er gedichten van: steeds lezen we links het verhaal en rechts het gedicht. Sylvia Weve, met haar kenmerkende tekenstijl en met wie Westera vaker samenwerkt, liet zich als illustratrice eveneens inspireren door Iriks Dementese taal.
Bette Westera, in de flaptekst: Hier heb ik niets aan toe te voegen, dacht ik, toen ik de teksten tot me door liet dringen. En toch was dat de vraag van de initiatiefnemers van een beetje boos mag best. Ik koos ervoor om uit elk stukje Dementees enkele klinkende zinnen te nemen als uitgangspunt voor een nieuw gedicht.
Daarnaast schreef ze bovenstaand titelgedicht, dat als bonus op de kaft staat.

Archief 2019