Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 35 - 244. Michel van der Plas: Kees

zondag 01 september 2019

[Beluister hier:
Frans Halsema, 1971
Gerard Cox, 1996]

Verdomme, Kees, alweer een jaar vandaag
dat jij begraven bent,
gek toch hoe vlug dat went.
Want god, je weet, ik mocht je erg graag,
Ik wist wat ‘k aan je had.
Nou ja, hoe noem je dat.
Behalve dus dat ik je een beetje mis,
nou ja, op mijn manier,
is alles eender hier.
Denk niet Kees, dat er veel veranderd is,
hoogstens een kleinigheid,
in nauwelijks één jaar tijd.
Er is nog altijd STER-reclame,
maar bij de politieke namen
is er één nieuwe: Drees.
En er zijn Intercitytreinen
en jij hebt andere gordijnen
gekregen, naar ik vrees,
Kees.

Verdomme Kees, een jaar is toch wel lang
als je elkaar niet ziet.
Ik weet het eig’lijk niet.
‘t Gaat allemaal toch doodgewoon zijn gang,
en ‘t draait, bedenk ik nou,
hier ook wel zonder jou.
Carmiggelt schrijft nog steeds in het Parool
en de Apollo's gaan
nog altijd naar de maan.
Nou ja, je dochtertje gaat nu naar school
en volgend jaar je zoon.
Och, dat is heel gewoon.
En toch als ik mij zo hoor praten,
vallen er opeens hiaten
tussen mijn clichés;
want dat jouw rozen niet meer bloeien,
omdat ze niet voldoende sproeien,
dat zeg iets, naar ik vrees
Kees.

Verdomme, Kees, ik weet het nou niet meer,
‘k denk steeds aan wat je zei:
‘”t gaat allemaal voorbij.’
En dat de tijd van leven telkens weer
gewoon opnieuw begon;
niks nieuws onder de zon.
Maar da’s niet waar, want jij was enkel jij.
Jij hebt hier rondgedwaald
en dat wordt nooit herhaald.
Als ik jouw huis zie, dan hoor jij daarbij
en naast zo’n kinderfiets
mis ik toch ook wel iets.
Maar verder valt er niets te melden;
er drijft nog olie op de Schelde,
er zijn nog steeds cafés.
En verder hoorde ik zoëven
hiernaast het lied: ‘Lang zal ze leven.’
Geweldig, naar ik vrees,
Kees.

1971


Voor toelichting: lees hier.

 
 

Archief 2019