Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Met ingang van 1 januari 2020 schrijf ik niet meer dagelijks,
maar wekelijks en laat ik de nummering weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 33 - 230. Frank Koenegracht: Zij

zondag 18 augustus 2019

Ze denkt wat zal ik met hem doen
De deur uitduwen?
Maar dan kan hij verdwijnen 
in een spleet in het asfalt. Hij is zo weg.
Of hij vervluchtigt
tijdens een opklaring boven het huis.
Dat is toch geen gezicht.
Zal ik hem een trap opduwen?
Maar dan kruipt hij aangekleed in bed
en gaat liggen roken
en daarna slapen, te lang slapen.
Zal ik hem de auto induwen
dan kan hij naar zijn moeder rijden
naar haar bijna lege huis
waar nog enkele dingen staan.
Wat moet ik doen.
Wachten op zijn dood doet hij zelf al.
Ik kan hem natuurlijk de tuin induwen,
winterjas aan, hark in zijn hand.
Maar de kleinkinderen komen.

2019


Alle gedichten van Frank Koenegracht (1945) verscheen en ik wist bij voorbaat al dat ik nu een probleem heb, want ik heb nog zoveel andere bundels te bespreken, maar zal het niet kunnen laten bij slechts één gedicht van zijn hand; daarvoor is hij veel te goed en te geestig. Ik beloof streng te zijn zonder hem tekort te doen en kies er twee (het bovenstaande en het gedicht van morgen) uit de nog niet eerder gepubliceerde gedichten en één klassieker (lees hier). 



Goed en geestig, maar niet gul. In veertig jaar tijd – tussen 1971 en 2011 – verschenen slechts zeven bundels van zijn hand. Daarnaast drie verzamelbundels. In De verdwijning van Leiden (1989) maakte Koenegracht een keuze uit zijn eerste drie bundels en veel gedichten daaruit besloot hij te herzien. Voor zijn tweede verzamelbundel, Vroege sneeuw (2003), keek hij opnieuw kritisch naar die eerder gemaakte keuze en naar de gedichten uit de drie bundels die daarna verschenen. En hij voegde een tiental niet eerder gepubliceerde gedichten toe. Voor de nieuwe bloemlezing, Alle gedichten, vormde Vroege sneeuw het uitgangspunt, inclusief het nawoord van Rudy Kousbroek, samen met de enige daarna nog verschenen bundel (lees hier en hier). Ook deze keer voegde hij ruim twintig niet eerder of alleen in het literaire tijdschrift Awater verschenen gedichten toe. Daaronder het bovenstaande dus.

Archief 2019