Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Met ingang van 1 januari 2020 schrijf ik niet meer dagelijks,
maar wekelijks en laat ik de nummering weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 30 - 209. Zbigniew Herbert: Meneer Cogito's...

zondag 28 juli 2019

Meneer Cogito's opdracht

Ga waarheen die anderen gingen naar de donkere grens
om het gulden vlies van het niets je laatste beloning te halen

ga rechtop te midden van hen die op de knieën
heb die zich hebben afgewend en hen die zijn verpletterd

je bent niet gespaard om te leven
je hebt weinig tijd je moet getuigen

toon moed wanneer de rede tekortschiet toon moed
bij de laatste afrekening is dat het enige wat telt

en laat je machteloze Toorn zijn als de zee telkens
wanneer je de stem der vernederden en geslagenen hoort

laat je altijd vergezellen door je zuster Verachting
voor verklikkers beulen lafaards – zij zullen winnen
op je begrafenis komen en opgelucht hun kluitje gooien
en een kever zal je gladgestreken leven schrijven

en vergeef niet want voorwaar niet jij hebt de macht
te vergeven in naam van hen die met de dageraad verraden werden

hoed je echter voor onnodige trots
bekijk je narrengezicht in de spiegel
herhaal: ik ben geroepen – waren er geen beteren

hoed je voor een kil hart houd van de ochtendbron
de vogel met de onbekende naam de wintereik
het licht op de muur de luister van de hemel
ze hebben je warme adem niet nodig
ze zijn er om te zeggen: niemand zal je troosten

waak – sta op bij het eerste lichtsignaal op de berg en ga
zolang het bloed in je borst je duistere ster beweegt

zeg ’s mensen oude toverspreuken op zijn sprookjes en legenden 
want zo zul je het goed verwerven dat je nooit zult verwerven
zeg de grote woorden op herhaal ze hardnekkig
als zij die door de woestijn trokken en omkwamen in het zand

men zal je daarvoor belonen met wat binnen handbereik is
met de gesel van de lach moord p de vuilnishoop

ga want alleen zo word je opgenomen in de koude schedelring
in de kring van de voorvaderen: Gilgamesj Hector Roland
de verdedigers van het koninkrijk zonder grenzen en de stad van de as

Wees trouw Ga

1974


Zbigniew Herbert dus. Hij was 24 toen de communisten de macht in Polen overnamen. Over de Stalinistische onderdrukking heeft hij opgemerkt: Toen ik nog lid was van de Schrijversbond hield ik mezelf voor dat ik nooit iets zou schrijven in overeenstemming met de richtlijnen van de partij. Nooit van mijn leven. 
 



In zijn eerste dichtbundels stelde hij voorzichtig het literaire conformisme en de Stalinistische onderdrukking aan de kaak. Door zijn snel gegroeide reputatie, in eerste instantie met name in West-Duitsland, kon hij diverse reizen naar het buitenland maken. Bij het publiceren van volgende bundels werd hij wel gedwongen terughoudender te zijn in zijn kritische bewoordingen en zo ontspon zich een voortdurend spel met de Poolse censuur.
Herbert verwerkt in zijn poëzie regelmatig ervaringen uit de oorlog of hij grijpt terug op de klassieke geschiedenis. Zijn bekendste bundel is Pan Cogito (Meneer Cogito, 1974). Bovenstaand slotgedicht werd later een belangrijk strijdlied tegen het communistische bewind, rond 1980. 

Vertaler Gerard Rasch (in literair tijdschrift De Revisor, 1985):
De kritiek noemde zijn poëzie aanvankelijk graag ‘klassiek’, omdat Herbert de culturele erfenis van de westerse mens in tegenstelling tot vele collega's niet verloochende. De confrontatie echter, die hij doorvoert, de dialoog van de 20ste eeuwse mens met zijn verleden, verloopt bitter en ironisch in een taal die vaak prozaïsch is en weinig metaforen bevat. Apollo komt er niet goed af, de oude mythen, geloven en religieuze voorstellingen geven meer aanleiding tot spot dan tot affirmatie. In 1974 verscheen de cyclus Pan Cogito (Meneer Cogito). Ook hier sloeg de kritiek eerst een dwaalweg in. Ze zag de lyrische held van Herbert, bovengenoemde meneer Cogito, aan voor de ‘gemiddelde moderne mens’. Belast met de ervaringen van de geschiedenis zou hij denken en reageren als een soort grootste gemene deler. Maar meneer Cogito is noch behept met de kenmerken van de gemiddelde mens noch - nu hij dit eerste niet is - de spreekbuis van de dichter. Dit laatste is natuurlijk wel tot op zekere hoogte waar, het is echter belangrijker dat Herbert met de creatie van meneer Cogito een lyrische held heeft geschapen die zich, net als een romanheld, zelfstandig kan gaan ontwikkelen. Daardoor beschikt Herbert over een uitstekend medium om de beperkingen van het lyrische subject te overwinnen; in Nederland zouden we zeggen: om uit het ik-tijdperk te kunnen stappen.

Meneer Cogito is geenszins ‘gemiddeld’: hij denkt meer en weet meer dan zijn medeburgers, is kritischer en vertwijfelder, lijdt daarom meer, ziet daarom meer. Al denkend op zekere traditionele waarden voortbouwend, is hij ondanks alles in staat zijn innerlijke zelfstandigheid te bewaren. Uit het slotgedicht van de cyclus, De opdracht van meneer Cogito (en dit kan zowel de opdracht aan hem zijn als de opdracht die hij geeft), blijkt duidelijk dat we Cogito moeten zien in de traditie van de grote mythische helden wie hij trouw moet blijven:

je bent niet gespaard om te leven
je hebt weinig tijd je moet getuigen

[…]

ga want alleen zo word je opgenomen in de koude schedelring
in de kring van de voorvaderen: Gilgamesj Hector Roland
de verdedigers van het koninkrijk zonder grenzen en de stad van de as

Wees trouw Ga

Deze opdracht is minder abstract dan men denkt - in feite werd hij door de gehele culturele, anti-totalitaire oppositie van Polen in de jaren '70 uitgevoerd - en hij wordt nog steeds uitgevoerd.


Wordt vervolgd.

Archief 2019