Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 29 - 205. Roberta Petzoldt: Pixel-perspectief

woensdag 24 juli 2019

Een seconde naar links van het nu.

Iemand leest een boek maar ziet alleen de mensen die hem zien
iemand heeft hoofdpijn in de zon
iemand hoort iets dat niet gezegd wordt
iemand ziet een aardverschuiving op papier
iemand wil zich begrijpen

iemand loopt als een hond door de hete straten van Kingston
iemand ziet dode bomen
iemand wijkt voor families
iemand bedenkt zich voorbij de horizon.

Iemand springt van een Kroatische rots af, weet hoe het water voelt
toch doet zij het steeds weer.
We eten elke dag dingen die we al vaker aten.
Iemand blijft in zijn bed liggen om een barst in de muur te bekijken
zijn vader noemde het existentialisme
Iemand ziet Sartre naast een zangeres in het zwart de nacht volpraten
maar iemand wil niks zeggen
en eist geluk door niets te doen.

Gelooft de gedachte in zichzelf?
hoe hoog is die gedachte?
wat doet een gedachte als hij niet gedacht wordt?
De ruimte opent zich in mijn waarneming
ik denk witgekalkte baksteen
ik denk hier mist nog wat water.
De gedachte draait zich om, ziet zijn eigen staart wegglippen.

Iemand roeit op de amazone die hij in een boek las
soms gaat hij aan wal en houdt bomen vast.

Iemand staat op een trappetje dat zich uit het water opricht
naar de tegelkant
hetzelfde stalen trappetje waarmee zij in groep vijf uit
haar zwemles klom.
Langzaam loopt het zwembad vol
de zoetwaterdolfijn zwemt naar haar toe, wil haar leren wat ademen is.

Iemand stort zich in de Egeïsche Zee omdat hij zwarte zeilen ziet
zijn zoon zwemt naar hem toe, schuim in zijn baard.
Weet mijn poes dat ze mijn leven gered heeft door
mijn hart telkens weer te vullen?
weet een eend dat hij op een papier getekend wordt?
weet een krant wat vrede is?
weet de zee hoe vuur voelt?

We roepen Brand! Bedoelen wegwezen.
We roepen Lucht! En zeggen ik leef nog.

Gedachten die ik niet kan plaatsen, verschijnen
in een huis, het huis straat in de nacht op uit mijn kussen.
Vierkante woorden springen het raam uit, de sfeer van zware metalen
een traptree doet zich als verdieping voor.

We roepen Water! We smeken genade.
We roepen Aarde! En zeggen eindelijk.

Iemand slikt een landgrens door
iemand slaat de handen in elkaar
iemand herinnert zich.

2019


Voor toelichting: lees hier.


Archief 2019