Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 29 - 203. Tsead Bruinja: Voor volk en...

maandag 22 juli 2019

voor volk en moederland

nederland je gaf mij een dubbele tong
en vruchtbare grond waar ik tuintegels overheen leg
ik zwoer dat ik de hark en spade in de schuur zou laten
maar nu zie ik overal onkruid
straks moet ik nog ondergronds
om het met wortel en tak uit te roeien

nederland ik ben niet tegen je gepolder bestand
je heupen zouden alles kunnen oplossen
maar ze zitten op slot

nederland so what als de grond verzakt onder onze voeten
ik balanceer al jaren tussen hier en de overkant
en zie ze daar niet veel anders doen
er is ruimte op de dansvloer
en er zijn manden van beschaving
waar we samen doorheen kunnen vallen

liefste bankiereklier mijn o vosselijn pass me die kruiwagen aub
er is een schuldberg die we moeten voeden
ik spuug in mijn handen en duw hem
in het zweet jouws aanschijns een mestvaalt op
en bedel gedwee om een hypotheek

nederland je gaf ons en de wereld waterwerken
baggeraars bruggen en bordeeleigenaren die bonnetjes schrijven
waarop ze hun onderneming een brasserie noemen
je bent mijn brea bûter en griene tsiis
my favourite slippery motherfucker ben je
en dat pakken ze ons nooit meer af

nederland ik ga van je vaderland een moederland maken
op de operatietafel met jou en je grote paddenstoel

het mes erin                         we gaan ruimte maken

ik zeg katsjing tegen je kassa nederland
samen laten wij ons de nagelkaas mooi niet van het brood eten
ik ga je een grote dienst bewijzen door te slapen met een ander
misschien moet leeuwarden je hoofdstad blijven en ga ik vlaanderen bezetten
dat vuurtje tussen ons gaat anders in een klap uit

nederland sluit je bordelen en maak je liefde gratis
pleur een paar bruggen over die middellandse zee en breid je helpdesk uit
ik wil de mensen wel te woord staan

nederland waarom kijk je zo sip
als ik je achterlijke zelfbeeld niet omarm
niemand wil een misogyne homofobe racist genoemd worden
waarom wil jij dat dan zo graag zijn

nederland ik wil nooit je ex zijn
misschien word ik ooit je bruid

2019


Vervolg van gisteren.

Naar aanleiding van bovenstaand gedicht, waarmee Bruinja zich in januari in NRC-Handelsblad voorstelde als de Dichter des Vaderlands 2019-2021, vraagt Monna hem wat zijn eerste taal is. Bruinja:
Het Fries. Hoewel, niet als schrijver. Ik schreef eerder in het Nederlands dan in het Fries. Mijn Friese woordenschat is kleiner dan mijn Nederlandse. Dat komt doordat ik niet in die taal naar school gegaan ben en ik meer in Nederlands heb gelezen dan in het Fries. Maar door ook in mijn moedertaal te gaan schrijven, veranderde er iets in mijn Nederlandse gedichten. Die werden helderder.
Fries ligt dichterbij mijn hart, het zingt meer in m’n hoofd, de klanken worden gevormd op een andere plek in mijn mond, waardoor mijn stem ook anders klinkt als ik Fries lees. Mijn band met taal is emotioneler. Als ik Nynke Laverman hoor zingen, dan raakt me dat fysiek.

Archief 2019