Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 25 - 178. Sinéad Morrissey: Genetica

donderdag 27 juni 2019

Slot van mijn bloemlezing uit De mooiste gedichten van de wereld.


In mijn vingers zit mijn vader, mijn moeder in mijn palmen.
Ik houd ze omhoog en kijk er met plezier naar – 
ik weet dat mijn ouders mij maakten met mijn handen.

Misschien zijn ze verstoten naar gescheiden landen
op een ander halfrond, met andere geliefden,
toch ontmoeten ze elkaar tussen mijn vingers en palmen.

Al zijn er van hun samenzijn alleen maar vrienden over
die graven naar hun beeld, bij een rivier,
ik heb tenminste weet van hun huwelijk door mijn handen.

Ik vorm een kapel waar de kerktoren staat.
En als ik die dan omkeer
huist mijn vader in mijn vingers, mijn moeder in mijn palmen

ootmoedig voor een priester die psalmen reciteert.
Mijn lichaam is hun huwelijksregister.
Ik doe hun bruiloft over met mijn handen.

Laat me met je meegaan, laat de huid haar boeien slaken
tot spiegelingen in lichamen van de toekomst.
Ik zal mijn vingers geven als jij je palmen nalaat.
Je weet dat onze ouders ons met onze handen maken.

2005


En tot slot geen gedicht van Judith Herzberg, zoals gisteren en eergisteren, maar haar persoonlijke keuze uit het archief van Poetry International, als volgt toegelicht:

Mensen van wie de ouders zijn gestorven noem je wezen. Je vorige geliefde noem je je ex. De andere oma van je kleinkinderen kun je je co-oma noemen. In het Noors wordt onderscheid gemaakt tussen grootouders: de vader van de vader, de moeder van de vader, de vader van de moeder et cetera. Farfarmorfar enzovoorts. Voor kinderen van gescheiden ouders is, zover ik weet, geen term. Ik ben blij dat mijn eigen ouders door dik en dun bij elkaar gebleven zijn. Ik zou het vreselijk, schrijnend, onoverkomelijk vinden als dat niet zo was. Ik zou er nu nog, zoveel al wees, onder lijden. Daarom vind ik het zo’n goed idee, wat in dit gedicht als oplossing lijkt te worden aangereikt. Al is er nog geen term voor.


En Bas Kwakman schrijft in een andere Poetry-uitgave:
E
en goede vriendin is bang om tussen allemaal mensen te zitten die volgens haar de poëzie wèl begrijpen. Na enig aandringen besluit ze de openingsavond van het festival te bezoeken. Een van de dichters die avond is Sinéad Morrissey uit Ierland. (Ze leest bovenstaand gedicht, FV.) Na de lezing van Morrissey verlaat de vriendin met tranen in haar ogen de zaal. “Ik ben nu niet meer bang dat ik de dichter niet begrijp,” zegt ze, “ik ben nu bang dat de dichter míj begrijpt."


 

Archief 2019