Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Met ingang van 1 januari 2020 schrijf ik niet meer dagelijks,
maar wekelijks en laat ik de nummering weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 24 - 170. Laurence Vielle: De oude dames

woensdag 19 juni 2019

De oude dames weven uit nevel zondagen in familiekring
ze spelden hun lippen op en knijpen de stilte op elkaar
De oude dames zitten mooi rechtop mooi opgedirkt en als ze vallen breken ze
De oude dames zetten kleine pasjes
Er was een dag dat de oude dames touwtje sprongen
dat ze achter de bus aan liepen
dat ze zich buiten adem lachten
De oude dames zwijgen de oude dames
De oude dames hebben ogen van een blauw dat bleker en bleker en bleker werd door de regens
De oude dames kruipen ’s avonds tussen hun kille lakens en slikken snoepjes om te slapen
Toen ze nog geen gehoorapparaatje hadden, zeiden de oude dames de hele tijd wablief? wablief? wablief? wablief? wablief?
ze waren de tamtams van onze gesprekken
Nu zwijgen ze, de oude dames
De oude dames hebben lippenstift op hun vals gebit
Wanneer de oude dames aanvoelen dat ze gaan vallen, rijgen ze hun schoenen vast aan om van minder hoog te vallen
De oude dames nemen de trein van Brussel naar Parijs om bij hun 40-jarige geliefde te zijn
De oude dames luisteren naar de zee op de radio.

De oude dames laten hun haar groeien. Er komt een dag waarop ze witte staartjes zullen vlechten voor hun 40-jarige geliefde.
De oude dames begonnen vroeger vaak zomaar te zingen, maar nu, radioknop, radioknop, radioknop
De oude dames halen hondenkoekjes uit hun tas en steken hun tengere hand door de hekken waarop geschreven staat ‘pas op voor de hond!’
De oude dames riepen op 1 december 1953: ‘’t is zover, eindelijk, ik vlieg!’
De oude dames kijken naar de andere balkons en zo zien ze of het mensen zijn die van bloemen houden of zelf de was doen
De oude dames zeggen: ‘Ik ben nog niet zo ver gezet als mijn hersens. Mijn moeder zou nooit alles gedaan hebben wat ik heb gedaan’
De oude dames verstaan de kunst om de steken van hun brei op te halen omdat ze weten hoe de draad niet te verliezen
De oude dames luisteren naar de zee op de radio.

De oude dames heten Christiane, Manon, Eglée, Clémentine, Roger, René, Léna, Alice, Philomène, Georgette, Marcèle, Alfred, Jean, Ginette…
Het wordt de oude dames afgeraden om ‘Mevrouw’, ‘Mejuffrouw’ of ‘Weduwe’ op hun deur te zetten, om te koop te lopen met al te opzichtige juwelen, om vertrouwen te schenken aan lui die hen een dienst lijken te willen verlenen of die een inlichting willen, om zich te verzetten: hun leven is waardevoller dan hun dure spulletjes. Het wordt de oude dames aangeraden om op te passen, elkanders nabijheid te zoeken, om hulp te roepen, niet open te doen, zich te beveiligen, te vermijden, niet op te vallen, te bewaren, te voorkomen, te plaatsen, zich te wapenen,… dat wordt gezegd opdat ze geen schrik meer zouden hebben, de oude dames!
Ze zijn heel mooi, de oude dames, je hebt zin om hen in mijn armen te drukken, om hen lang over hun rug te strelen
De heel oude dames delen vingertjesmaat de ziel van hun lange leven omdat ze weten hoe de draad niet te verliezen
‘Hé, er wordt gebeld, dat is mijn zoon, hij was hier gisteren ook al, hij denkt dat ik doodga’, zeggen de oude dames
En ze luisteren naar de zee op de radio.

Wat vreemd om alle oude dames bijeen te stoppen in een groot rusthuis, roesthuis
Hebt u de oude dame gekend die tegenover de conciërge woonde? Hebt u gezien in wat voor een ellende ze gestorven is? Haar bed, de zetel, haar bed, de zetel.
Wat blijft er de oude dames nog over als ze geen familie meer hebben? Ze vragen maar één ding: te sterven.
Tegen de oude dames in ruste zegt Jean-Claude: ‘u heeft de toekomst voor u! U heeft de toekomst voor u zolang u niet dood is, oude dames!’
En een heel oude dame antwoordt hem: ‘ga waar je wilt, sterf waar je moet, ik ben nergens bang van!’
En dan luistert ze naar de zee op de radio

2005


Tsead Bruinja:
Poëziedocenten en critici willen nog wel eens erop wijzen dat less more zou zijn en dat je met herhaling op moet passen. Een goed dichter trekt zich daar niets van aan en doet het tegenovergestelde. De poëzie van Laurence Vielle is breedsprakig, bijna treiterend opsommerig en zit vol herhaling. In haar voordracht was het de herhaling die mij het eerste opviel. Het steeds terugkerende ‘Les vieilles dames (De oude dames)’, voorgelezen met lichte variaties in toon, maakte van het gedicht een symfonisch stuk minimal music. Dat die dames zo liefdevol en speels worden neergezet met hun rebellie, humor en levensvragen, maakt dit gedicht voor mij tot een van de hoogtepunten uit de geschiedenis van Poetry International. Laten we de roesthuizen afschaffen. De oude dames zijn nog niet dood!

Voor verdere toelichting: lees hier.

Archief 2019