Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 18 - 131. Kommil Foo: Madrid

zaterdag 11 mei 2019

[Kijk en luister hier het origineel, 2003]
[Luister hier naar de versie met Orquesta Tanguedia, 2010]
[Kijk en luister hier de versie met Katinka Polderman, 2006]


Dat ik na al die jaren nog eens schrijf,
heeft op zich niets om het lijf, geloof me!
En je raadt nooit waar ik me bevind.
De tip is: ergens waar de wind heet is!
‘t Is niet dat ik hier in Madrid
de hele dag te denken zit aan toen.
En ik weet wel dat de regel geldt:
ik word niet meer verondersteld te schrijven.

Maar luister, dit geloof je nooit:
ik zit weer in die kroeg,
waar je me zei dat je me nooit verlaten zou!
Je schreef het met krijt
hier op de muur en god:
het staat er nog altijd!

Denk niet dat ik met deze brief
smeken wil – nee alsjeblief, geloof me.
Want ik zeg niet dat ik je hier mis.
Ik zie ook nooit je beeltenis voor me: je schouder, je haar…
Ik feest, drink en heb plezier
en geen één keer denk ik: was ze nu maar hier.
Nee, zelf ’s nachts, alleen in bed,
nooit verlicht je silhouet m’n dromen.

Maar luister, dit geloof je nooit:
ik zit weer in die kroeg,
waar je me zei dat je me nooit verlaten zou!
Je schreef het met krijt
hier op de muur en god:
het staat er nog altijd!

En dat je van mij was, mijn lief,
en hoe ik toen dacht dat dat voor altijd zo zou zijn,
dat geloof je nooit.
Nee, dat geloof je nooit.

Ik zit weer in die kroeg…
Je schreef het met krijt…
Het staat er nog altijd…

2003


Vervolg van gisteren.

Voor zomertheaterfestival Boulevard produceerden Anna Uitde Haag (namens de Koningstheateracademie) en ik (namens het Koningstheater) in de zomer van 2006 drie ‘dubbelprogramma’s’: drie studenten van de Koningstheateracademie mochten elk een theaterprogramma maken met hun grote voorbeeld en daarmee vervolgens drie avonden achtereen optreden in het Koningstheater. Het werden negen prachtige avonden.

Pieter Derks koos voor Theo Nijland, Pepijn Koolen voor André Manuel en Katinka Polderman voor Kommil Foo. Bij het zoeken naar filmpjes voor de bijdrage van gisteren stuitte ik op deze opname, die ik nog niet zo lang geleden aan Katinka Polderman gaf en die via haar nu ook op internet is te vinden. 

Prachtig lied over het niet kunnen leven met de liefdesbreuk:

Denk niet dat ik met deze brief
smeken wil – nee alsjeblief, geloof me.
Want ik zeg niet dat ik je hier mis.
Ik zie ook nooit je beeltenis voor me: je schouder, je haar…
Ik feest, drink en heb plezier
en geen één keer denk ik: was ze nu maar hier.
Nee, zelf ’s nachts, alleen in bed,
nooit verlicht je silhouet m’n dromen.

Dat staat er en je voelt de machteloosheid, want eigenlijk zegt hij:

Weet dat ik met deze brief
smeken wil – alsjeblief, geloof me –  
kom terug, omdat ik je gruwelijk mis,
ik zie steeds je beeltenis voor me: je schouder, je haar…
Ik vereenzaam, drink veel, mis ons plezier,
de héle dag denk ik: was ze nu maar hier.
Ook ’s nachts, altijd alleen in bed,
verlicht jouw silhouet steeds m’n dromen.

Archief 2019