Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 17 - 119. Martin Bril: Rotterdam, 2001

maandag 29 april 2019

1.

Rotterdam is een bocht 
Meer in het bijzonder: deze bocht 

Vanuit Den Haag en Amsterdam 
Over de A20, afslag centrum 
Op het Kleinpolderplein 

De beste afslag van de wereld 
Smal en slecht asfalt, onkruid, vangrails met roest 
Een Duitse afslag, scherpe bocht 

En in plaats van omlaag 
Gaat-ie omhoog, dat is het mooiste 
Want omhoog, dan omlaag 
(geldt alleen niet voor rivieren) 

En dan ineens is daar die bocht 
Die bocht die Rotterdam is 

En in die bocht ligt de stad of beter 
Gezegd: in die bocht is zij daar opeens 

De stad 
De skyline 

Rotterdam 
Wat een vrouw! 

De bocht is kort 
Maar na de bocht wordt het nog mooier 

De weg 

De weg, een bolderende weg, een weg 
Omlaag 
Rechts Blijdorp, links het Vroesenpark 

Zo’n weg 
Om hard te nemen richting stoplicht 
Aan het begin van de Stadhoudersweg 
En het begin van Rotterdam 


2

Rotterdam is een plein
Het Wilhelminaplein
Pal over de Maas, net over de brug
Bij Luxor voor de deur

Links Noordereiland en Kop van Zuid
Rechts Hotel New York en de
Voormalige vertrekhallen van de
Holland-Amerikalijn

Daar stond ik opeen avond
In de regen
Zojuist over de brug gekomen
Wachtend voor een stoplicht
Met Luxor voor mijn neus

Niemand te zien
Nergens
Een maandagavond 
Het plein glom en glinsterde
Gepoetst en alleen

Van links kwam opeens een rood Renault-5-je
Waar van alles aan mankeerde

Aan het stuur zat een blondine
De enige vrouw de enige auto de enige beweging
In de wijde omtrek
Als gezegd

En ik stond stil met de brug in mijn rug

Aan hoe ze reed de blondine
Kon je zien dat ze door oranje gleed
Met muziek erbij


3

Rotterdam is een parkeerterrein
En over parkeerterreinen gesproken
Het parkeerterrein naast New York
Is het parkeerterrein bij uitstek
Al die kinderkoppen keien kasseien
Dat is pas parkeren

En daar kwam ik terecht want waar anders
En nu uren later had ik de blonde vrouw
In mijn armen en ik zoende haar en zij zoende mij
En verdomd haar lippen weken
En haar tongetje kwam tevoorschijn

Waarop ik haar aan het lachen bracht
Verlegen lul die ik ben
Verliefd dat wel op haar en
Rotterdam

2002


Voor toelichting: lees hier.

Archief 2019