Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Of de teller op 31 december op 365 staat, is sinds de zomer van 2019 zeer de vraag. Ik start 1 september met het schrijven van twee biografieën, die respectievelijk najaar 2021 en voorjaar 2024 zullen verschijnen. Vanaf dat moment ontbreken de tijd en ruimte om dagelijks aan deze rubriek te werken.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn de links hierna: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 13 - 96. Mimoun el Walid: Een brief

zaterdag 06 april 2019

[Vervolg van gisteren.]


Mijn dagen verstrijken, 
zij verstrijken als de wind. 
Zij verstrijken in de migratie, 
in de sneeuw en in de plensregen. 
O duif, o duif, 
neem, wanneer je heenvliegt, 
een brief mee voor een meisje 
dat je zult ontmoeten op je route. 
Lees hem voor aan de bergen en 
aan de zeeën die je zult oversteken. 
Lees hem voor aan de rivieren en aan de bron 
wanneer je neerdaalt om te drinken. 
Lees hem voor aan mijn beminde! 
Vraag haar: 'Maak je het goed?' 
Zeg haar: 'Nog steeds koster ik in mijn hart 
jouw liefde, teder en zoet, 
als de klaproos, gewassen in de ochtenddauw. 
Je fladderde als een vlinder en streek neer in mijn hart. 
Je bent schoon als het maanlicht van mijn nachten. 
Je bent de zon boven de graanvelden. 
Jij wandelt als de zomerbries boven de zee. 
Ik hou van je 
hoe je je haren wast onder de klaterende waterval. 
Nog steeds koester ik in mijn hart 
jouw liefde, teder en zoet, 
zoals ook het samen maaien van het gras op de velden 
En de izrandie jij aan mij hebt gewijd,
en je lange haren, wapperend in de wind.’
O duif, o duif,
neem wanneer je heenvliegt,
een brief mee voor een meisje
dat je zult ontmoeten op je route.

1994




De mooiste gedichten komen van Mimoun el Walid (1959). Afkomstig uit het kustplaatsje Aït Sidel. Dichter en zanger en wel de grootste die de Rif heeft voortgebracht. 
Hij nam vanaf zijn vroege jeugd deel aan protesten voor een beter bestaan in Marokko. Hij kreeg gevangenisstraf en werd gemarteld, maar hij zweeg niet.
Hij woont nu in Brussel, waar hij een teruggetrokken bestaan leidt. Zijn enige werk in het Nederlands is Reikend naar het licht, in 1994 uitgegeven in vertaling en onder redactie van Roel Otten. Daaruit komt bovenstaand gedicht en ook Donder:

Bouwt maar uw paleizen 
op onze ruggen 
uit onze tranen 
met onze zweet! 

Donder verhef je stem 
Rolt, golven, 
Wel op uit de diepte!
O wind, o wolken!

Waar ben je, mijn hart? 
Ik besta niet 
ik ben een schaduw,
Ik word verbrand, 
Niemand kijkt naar mij om.

Graaf maar graven [*]
bedek ze maar met aarde. 
De namen zullen levend blijven! 
Wij zijn rotsen 
zie maar eens hoeveel je er klein kunt krijgen met jullie houwelen 
Wij zijn met duizenden 
zie maar eens hoeveel van ons je kunt arresteren. 

De bloem is gevallen [**] 
vertrapt hebben zij haar.
De vogel heeft haar legsel niet uitgebroed 
ze hebben mijn nest leeggeroofd! 
De zon is ondergegaan. 

Zij heeft haar draden ingehaald.
De duisternis komt op 
de sterren vangen aan te gloeien. 
De sluitsteen wordt van de holen weggenomen 
de wilde dieren steken hun nekken naar buiten. 

Mensen, dorsen jullie maar lekker buiten de dorsvloer! 
Zie, die wilde dieren hebben de oogst geroofd. 
Jullie mogen je tegoed doen aan de theebladeren, 
je te rusten leggen op de kale stenen.

Donder, zing!


[*]
Verwijzing naar de massagraven met studenten die in vanaf halverwege de jaren zeventig in opstand kwamen.

[**]
Met
de bloem is gevallen doelt hij natuurlijk op de bloem van de Marokkaanse natie: de jeugd die de toekomst had, maar bij de ongeregeldheden omkwam.

 

Archief 2019