Gedicht gedacht

 Poëzie is alledaags in de zin dat het voor iedere dag is (Carol Ann Duffy)

Een dagelijkse rubriek met gedichten en gedachten daarover.

Vanaf 2019 zijn de afleveringen genummerd; op 31 december kom ik uit op 365. En ja, het klopt dat ik meestal al verder ben dan het jaar oud is; er is immers zoveel moois om het over te hebben.

Met ingang van 1 januari 2020 schrijf ik niet meer dagelijks,
maar wekelijks en laat ik de nummering weer los.

-----

Met de pijl rechts van ARCHIEF (zie onderaan deze pagina) ga je terug naar het vorige jaar; met de pijl links naar het volgende. Handiger zijn deze links: daarmee ga je naar de inhoudsopgaven van 2019, 20182017 en 2016.

Week 11 - 80. Patty Scholten: De scheiding

donderdag 21 maart 2019

Ik ga de dieren in de Zoo vertellen
dat H. na dertig jaar is weggegaan.
De neushoorn kijkt me medelijdend aan,
de dwergnijlpaarden blazen troostend bellen

- verbeeld ik me. Ook dieren vormen stellen,
gearrangeerd door baas voor onderdaan.
Zou tweemaal levenslang hier beter gaan?
Ik vraag het aan de panters en gazellen.

De panters tijgeren achter hun muren
eenzelfde route, slijten zich een kloof
tussen de onverdraaglijk lege uren.

Geen antwoord. Ik ben in mezelf aan 't praten,
loop doelloos langs de tralies en verdoof
mezelf met opgewekte opiaten.

2011


Vervolg van gisteren: autobiografisch gedicht uit De ziel is een pannenkoek. Een autobiografie in gedichten.

 
De scheiding dus - en hieronder wat daar onder mee na kwam. 

De datingsite was vol met pootjebaders.
Een zilte lucht van mosselen steeg op
van rotsen, waar met emmertje en schop
het manvolk zeefruit oogstte. Opa's, vaders

en jong volk waren de verwoede waders.
Allen op zoek naar haar, de barbiepop,
toch huiselijk als tante Pollewop.
Met zo'n lief popje wilden ze iets naders.

Ik maakte afspraken, er kwam bezoek.
Ze wilden allemaal graag blijven eten
maar gingen nog veel liever uit de broek.

Bij al dat schuimen door de herenbaai
ontdekte ik wat ik nooit had geweten:
de meeste mannen zijn ontstellend saai.

-----

Er kwam een oude schilder bij me aan.
Hij droop van eenzaamheid toen hij me vroeg
of ik hem zitten zag als vriend. Hij droeg
een nylon shirt, vers uit het cellofaan.

Een dominee, hij heette Adriaan
had goddank van zijn roeping schoon genoeg.
Astrologie was nu zijn vlucht. Hij sloeg
de sterren voor me open, monomaan.

Toen arriveerde een marinevent. 
Hij sprak wat moeilijk, mailde hij, maar bleek
gehandicapt, zwaar parkinsonpatiënt.

Niet te verstaan. Hij kwijlde bij het eten
en ik moest blokjes snijden van zijn steak. 
“Je bent toch niet mijn type” liet hij weten.

 

Archief 2019